club over de betere volwassen strip
Deze club wil het vooroordeel wegwerken dat bestaat over strips en beeldromans. Een beeldroman of graphic novel is niets meer en niets minder dan een strip. U kent het wel, zo'n boekje met plaatjes en tekstballonnen. De term werd bedacht door de Amerikaanse stripmaker Will Eisner, die vond dat zijn boek "A Contract With God" (1978) meer weg had van een literaire roman dan van de Spider-Mans en Donald Ducks die de stripcultuur in zijn land domineerden. Vandaar 'graphic novel', in het Nederlands te vertalen als beeldroman. Enigszins vreemd is het natuurlijk wel dat, wanneer we het hebben over strips met artistieke of literaire ambities, er meteen een andere, nogal pretentieuze, benaming nodig is. Natuurlijk is er een wereld van verschil tussen Art Spiegelmans Holocaustdrama "Maus" en Suske en Wiske, net zoals er een wereld van verschil is tussen "Citizen Kane" en "Rambo 3", maar dat verandert niets aan het feit dat ze tot hetzelfde medium behoren en dus eigenlijk geen aparte benaming zouden moeten hebben. We noemen Citizen Kane immers ook niet 'fotografisch drama' of iets dergelijks. Dit heeft alles te maken met de culturele status van de strip, die beduidend lager is dan die van de film. Hoe die culturele status zo laag komt is een vraag waaraan je flink wat academische proefschriften zou kunnen wijden maar het feit is dat vrijwel iedereen bij strips aan
kleurrijk infantiel vermaak denkt, en dat 'strips voor volwassenen' vooral associaties oproept met het soort lectuur dat men doorgaans in een discrete papieren zak meeneemt. Dat is trouwens niet verwonderlijk: de strip is nu eenmaal de laatbloeier onder de kunsten en het wordt daarom nooit helemaal serieus genomen. Dat is jammer, want de strip heeft veel te bieden: de strip is uniek in de manier waarop het zich van zowel woorden als beelden bedient die je, in tegenstelling tot een film, op je eigen tempo tot je neemt. Het feit dat je tegelijkertijd leest en beelden bekijkt maakt het lezen van een strip tot een unieke leeservaring, waarbij het woord en het beeld elkaar kunnen versterken, tegenspreken of op welke manier dan ook met elkaar spelen.
Breng ook een bezoekje aan mijn andere clubs: - Italia - Venus - Musica Antiqua - Kathedralenbouwers - Naakten in de Kunst - Kastelen & Vestingsteden - Het vergeten Rijk van de Inca's - Van Prehistorie tot Middeleeuwen

-
Nieuws berichten
-
06.02.2010 | 20:15

In 1938 vinden we lerares Tomoko terug op het Micronesische eiland Yap. Tijdens een lange fietstocht komt ze bij een kiosk waar ze zich laat fotograferen — en nemen — door de eigenaar ervan. Een kleine toelichting krijgt ze bij een grote ronde steen die op het eiland als betaalmiddel geldt. Ze is er zich nog niet van bewust dat de kiosk, de eigenaar en de ronde steen haar in een dol avontuur zal doen storten. Nadat ze verdwaald raakt en bij een stam eilandbewoners belandt, laat ze zich op sleeptouw nemen (of is het toch andersom?) door de inboorlingen. Een kostbare steen is bij hen gestolen en daar weet Tomoko dus meer van. Maar de kiosk vindt ze niet meteen terug. Een lange tocht langs de kusten van Yap en in de dichte jungles en mangroves die het eiland rijk zijn, is het gevolg.
Mark Hendriks verweeft een flinterdun verhaal met heel wat uiteenlopende wetenswaardigheden over het eiland Yap, Micronesië, de fauna en flora in de regio, de historische evolutie, de plaatselijke cultuur en folklore, het gebrek aan hygiëne, kortom alles en nog meer om het te doen doorgaan voor een reisgids met zelfs een doorsnede van een van Tomoko's borsten erbovenop. Dat klinkt interessant en tot op een bepaald niveau is het dat ook, maar na verloop van tijd begint het "authentiek"-grapje en de vele onderbrekingen van het toch al eenvoudige verhaal je de keel uit te hangen. Aanvankelijk staan er in de encyclopedische teksten nog wat kleine grapjes, maar daarna lijkt Hendriks meer en meer de pedalen te verliezen net zoals Tomoko niet meer weet hoe ze zich tegenover de inboorlingen moet gedragen.
De eindconclusie is dat je je als bezoeker van een vreemde cultuur je eerst moet verdiepen in die cultuur en tradities om misverstanden en ongemakken te vermijden. Da's een wijs besluit, maar het had anders of evenwichtiger verteld kunnen worden. Tegelijk haalt Hendriks zelf aan waar het probleem ligt. Eigenlijk wil hij enkel maar zo veel mogelijk over Yap vertellen. "Deze afbeelding bevat veel informatie. Neem de tijd om alles rustig te bestuderen. Het verhaal 'loopt niet weg!'", schrijft hij. Maar als de masochist in ons, die het niet kan laten àlles te lezen, het niet had opgegeven, liepen net wij weg van het verhaal. Bovendien bevatten de beschrijvende teksten erg veel taalfouten. Trema's en samengestelde woorden zijn Hendriks blijkbaar volslagen onbekend. De volgende keer graag wat minder didactiek en meer verhaal. Met de tekeningen zit het sowieso goed. Hendriks speelt met water en inkt om in zwart-wit en talloze grijstinten en -vlekken een waarachtige exotische sfeer te scheppen met geloofwaardige landschappen.
YAP
Mark Hendriks
Oog & Blik | De Bezige Bij
156 p. / € 17,50 (SC)bron: DAVID STEENHUYSE; www.stripspeciaalzaak.be; januari 2010
-
21.12.2009 | 02:08

Koopjestijd. Een hippe meid maakt zich klaar om eropuit te trekken, geld uit te geven voor zichzelf en anderen het gevoel te geven dat ze bestaat. Vrienden lijkt ze niet te hebben, werk evenmin. Hoe hard ze ook probeert, echt menselijk contact maken wil maar niet lukken. Niets wil haar blijkbaar lukken. Daarom trekt ze de stad in en trekt ze de stad uit: aan de horizon ter hoogte van Wijnegem gloort het shoppingparadijs, bezongen door velen.* Als consument word je er tenminste (h)erkend... Ze loopt er rond, doet koop na koop na koop. En dan loopt het mis.
Tot zover de korte inhoud van het vervolg op Over Naar Jou uit 2006, geschreven door theatermaker Adriaan Van Aken en getekend door Philip Paquet. In zijn typische tekenstijl levert Paquet weer een mooi boek af. Wie het werk van Paquet kent, zal dus niet verrast worden. Maar uiteindelijk draait het bij Paquet om sfeerschepping. Daar slaagt hij in, al zijn het niet direct good vibrations. Tijdens en vooral na het lezen van dit boek zit je met een onbehaaglijk gevoel. Een gevoel van frustratie ook. En dat is precies wat het boek lijkt te beogen. Dit is géén strip als tussendoortje, dit neigt naar een pamflet. Bovendien is dit een conceptalbum. Bij het boek hoort immers een cd die je opzet als je begint te lezen. De soundtrack van Youri Van Uffelen werd speciaal voor het boek gecomponeerd en gidst je erg behoedzaam door het verhaal. Je wordt als lezer uitgedaagd om het juiste vertelritme te zoeken en eens dat lukt, merk je dat de combinatie woord/beeld/muziek erg goed werkt. En nu: Weer over naar Jou...
*In Filiaal van de Hel door Clement Peerens.
WEER OVER NAAR JOU
Philip Paquet + Adriaan Van Aken Bries
80 p./EUR 17,50 (SC + cd)"Bijzonder mooi stripverhaal": Bij het lezen van het verhaal bekruipt je soms het gevoel dat je in een spiegel zit te kijken: de emoties zijn bijzonder herkenbaar voor eenieder die in een stad woont. We worden heen en weer geslingerd tussen hoop en wanhoop, euforie en frustratie. En dit zonder een greintje hoogdravendheid of bombast. Ook mooi is dat dit warme en eerlijke portret vergezeld is van een eveneens lichtjes fantastische soundtrack, een samenwerking tussen multitalenten als Rudy Trouvé, Youri Van Uffelen, Tim Liebaert en Ephraïm Cielen. Dikke aanrader. (fd in RifRaf)

Interview: 'Weer over naar jou', Philippe Paquet
"Tekentechnisch ben ik zeker niet de beste, ik moet het hebben van mijn sfeer"
Je eigen illustratie meer dan levensgroot op een gevel zien staan, daar mag je trots op zijn. Dat is hij dan ook, Philip Paquet. Trots, maar bescheiden. Want er zijn nog zoveel andere dingen te doen, en werk in uitvoering mag niet te lang stilliggen. Zeker niet, als het leuk werk is. Zo kreeg de Antwerpse striptekenaar en illustrator de dag van dit gesprek te horen dat hij zeven covers mag tekenen voor een verzamelbox van het jazzlabel Blue Note. Een opdracht waar hij met plezier zijn overvolle agenda voor herschikt. Gelukkig was het vervolg op 'Over naar jou' al klaar. En de vragen van het interview ook...
Philippe Paquet: Ha, een echte vragenlijst! Woow, shoot!
Philip, mag ik met een boutade zeggen dat 'Weer over naar jou' er komt omdat het succes van 'Over naar jouw' om een vervolg vroeg? Toen je hoorde dat 'Over naar jou' uitverkocht was, bijvoorbeeld?
Daar klopt al meteen niets van. 'Weer over naar jou' (WONJ) was al lang klaar toen de uitgever me vertelde dat de voorraad van 'Over naar jou' (ONJ) bijna op was. Natuurlijk waren er signalen dat ONJ het best van al mijn albums verkocht, maar uitmelken... zeker niet hoor. ONJ is eigenlijk een eerste monoloog van theatermaker Adriaan (Van Aken). En bij een eerste hoort een tweede, die hij ook al geschreven had voor er sprake was van de strip.
Is het vervolg een vrolijker boek dan ONJ? Dat was niet heel vrolijk, al kon ik soms lachen met de tekst of de tekeningen.
In de aankondiging van het album valt de naam Sara Vertongen. Wie is dat en wat is haar bijdrage aan de strip?
Sara (Vertongen) is een verdomd goede actrice die speelt bij Braakland. Zij is het die op 23 oktober (de release van het boek) de monoloog waarop het boek gebaseerd is in het Cultureel Centrum van Berchem brengt. Verder heeft ze niets met de strip te maken, maar het hoofdpersonage is deze keer een vrouw, vandaar haar bijdrage. Waar het idee van een vrouw als hoofdpersonage vandaan komt weet ik niet. Nogmaals, het is Adriaan die de tekst al veel eerder schreef en zijn beweegredenen ken ik zeker niet allemaal. Maar ik voel wel dat een vrouwelijke rol in dit tweede deel klopt. (Aarzelt) Al is het wel ongewoon dat een vrouw tot zulke dingen in staat is, ik zie een man dat eerder doen... de manier waarop het verhaal eindigt mag ik nog niet loslaten, maar je ziet het niet aankomen met een vrouw als hoofdpersonage.
Een vrouw als hoofdpersonage? Dat is verrassend want na deel één had ik helemaal niet het gevoel dat het verhaal van de (mannelijke) hoofdpersoon afgelopen was...
Of hoe ik ervan hou de lezer op het verkeerde been te zetten (lacht vergenoegd). Wat ik nu wel gedaan heb, is bij ONJ een extra verhaaltje bijvoegen. Zoals je weet kon je een soundtrack kopen bij het eerste boek. We hebben de tekst van de verborgen song op die soundtrack, ook verstript. Het is een Engelse tekst waar nu een verhaal van gemaakt is van een zevental bladzijden. Als je bij 'Over naar jou' op je honger bent blijven zitten, krijg je nu een kleine appendix, een verhaal dat er wel bijhoort. Dat is dan voor de mensen die zich afvragen waar het verhaal naartoe gaat.
Zeer attent, dank je. Waar kunnen de hongerigen dat extra verhaaltje lezen?
Van 'Over naar jou' zal een herdruk uitkomen samen met de release van 'Weer Over naar jou'. Achteraan die herdruk waren nog enkele blanco bladzijden. We zochten naar een manier om die nuttig te vullen, en kwamen bij dat extra verhaal uit, een soort 'een jaar later'-story. Het is dus zeker geen goedkoop vulsel, het verhaaltje hoort er ook echt bij.Een verhaal dat ook al in de eerste monoloog stond?
Nee, dat niet, het is zoals gezegd gebaseerd op de muziek. Die is trouwens van Joeri Van Uffelen, die ook bij het nieuwe boek de soundtrack verzorgt. Zijn naam staat nu ook op de kaft van het boek, dat je trouwens enkel met soundtrack kan kopen. We zien dit namelijk echt als een volwaardig soundtrack-project waarin tekst, beeld en muziek gelijk zijn.
Heb jij muzikaal bijgedragen aan de soundtrack?
Nee, dat was helemaal de speeltuin van Joeri. Die had vanaf het begin de goeie sound te pakken, en het rockt behoorlijk stevig, al bleek de muziek moeilijker om maken dan bij de eerste soundtrack. Mijn bijdrage was het boek lezen bij de muziek, eens die af was. En dat ging wonderwel samen, het is straf, ik had het boek ongeveer uit op de moment dat de muziek stopte. Goed hé! Nadien hebben we nog een kleine wijziging aan de tekeningen aangebracht, zodat de lezers muziek en verhaal nog beter op elkaar kunnen afstemmen.Hoe zit een samenwerking met Adriaan in elkaar? Mag jij in zijn tekst, mag hij in jouw tekeningen ingrijpen?
Ja, ja en ja (lacht). De tekst was er natuurlijk al eerder, daar sneuvelt weinig van in het verhaal. Ik laat Adriaan zien wat ik getekend heb, hij geeft zijn mening en als het niet goed is pas ik de tekening aan. Soms ben ik tevreden maar Adriaan niet, dan sta ik wel eens op mijn strepen. Meestal vinden we wel een compromis. We zijn ook al jaren vrienden en kennen elkaar bijgevolg goed, al lopen we elkaars deur niet plat ofzo... We weten wel van elkaar wat de kleine kantjes zijn, maar kennen ook elkaars sterke punten. Zo is Adriaan heel sterk met taal, en ben ik beter met beelden.
Ben jij dan niet sterk met taal? 'Louis Armstrong', beide Yume's en sommige verhalen uit 'Snapshots' zijn toch op jouw scenario?
Soms hielpen vrienden zoals Tim Vendaux, Gilliom of Rayman me wel met scenario-advies. En ach, ik ben toch veel beter met beeld. Ik ben het ook nog wat aan het leren en aan het zoeken, met taal werken. Tot mijn vierde ben ik in het Frans opgevoed, en ik lees en luister veel Engelse teksten. Af en toe vraag ik me dan ook af welke taal ik eigenlijk ben, soms denk ik in het Frans of redeneer in het Engels. Dat zie je ook in de thema's van mijn boeken, 'Yume' is iets heel anders dan 'Louis' of 'Over naar jou'. Wat dat betreft ben ik niet commercieel.
Had ik ergens gelezen...dat jij geen One Trick Pony wil zijn?
Voilà, dat klopt.
Vertel dan eens iets over je tattooplannen? Je wilde toch graag zelf met een naald werken?
Toen ik achttien werd ben ik direct naar de tattooshop gelopen en heb me een tattoo laten zetten. En die vis, dat verhaal ken je... (Paquet liet zich in 20 uur een koivis zetten; hij trok er speciaal voor naar een gekend Japans tattoeur) En nu, eindelijk kan ik nu zelf leren tattooeren. Via via ben ik terecht gekomen bij een eigenaar van een tattooshop die me wil leren graveren op mensenhuid. Mocht ik dat vijftig jaar geleden hebben willen leren, dan moest ik waarschijnlijk beginnen met naalden kuisen, solderen, dat soort werk. Tattooeren is een ambacht, hoor. Nu hoeft dat niet meer maar toch ga ik in de shop staan en werken. Nu ga ik al veel kijken, om al zoveel mogelijk op te steken. Het duurt al gauw een jaar voor je dat een beetje onder de knie hebt. Dat heb ik er zeker voor over, het voelt echt goed dat ik iets ga leren wat ik zo graag wil. Het zal zeker ook goed zijn voor mijn lijn, het zal me leren strakker te tekenen. En het heel coole hieraan vind ik dat een tattoo een ultieme tekening is, eentje die er voor de eeuwigheid staat.
Men heeft me ingefluisterd dat jij een tattoo getekend hebt voor Tom Barman?
Getekend, zeker. Maar ik ga die laten zetten door mijn leraar. Bij mij gebeurt veel via via: zo ook met dit project. Een gezamelijke vriend had me aanbevolen als tekenaar bij Tom Barman. Ik heb hem dan Yume te lezen gegeven, daarin zag hij een soort pin-up tekening van Yuki, de zus van Yume, die hem wel beviel. Die is nu een beetje aangepast, en zal binnenkort op zijn lichaam komen.
Buiten illustreren, leren tattoeren, en zometeen naar een optreden gaan zien, wat zijn je plannen?
Beginnen met ininkten van 'Yume 3'."Over naar jou is de eerste 'leesbare' multidisciplinaire strip": Met 'Over naar jou' wilde Van Aken ook een zeker politiek en sociaal statement maken. Centraal staat bij hem de betrokkenheid. (...) Van Akens grote sterkte is dat hij nergens met een prekerig vingertje staat te zwaaien - alles wat er gebeurt, is voor de oplettende lezer heel duidelijk, maar blijft impliciet.
De verdienste van Paquet bestaat er vooral in dat hij de lange monologue interieure waaruit de tekst is opgebouwd goed weet te verdelen. De pagina-opbouw en structuur van de strip zijn erg sterk. Nergens wordt het vervelend, nergens moeten er te grote lappen tekst worden ingevoegd. Het loopt (en leest) allemaal heel vlotjes.
Over naar de muziek dan. Die werd door orkestleider Youri Van Uffelen en zijn companen Rudy Trouvé en Ephraïm Cielen speciaal voor de strip gemaakt. De cd voegt wel degelijk iets aan de leeservaring toe, het is dus zeker geen gratuit experiment. Dergelijke pogingen om de strip uit zijn ghetto te halen en multidisciplinair te gaan werken, kunnen enkel worden aangemoedigd. (Kris Peeters in Gonzo Magazine)Bron: Tim Roels ; www.stripelmagazine.be
WONJ is in geen geval vrolijker. Zelfs deprimerender, want ik heb nog nooit een figuur getekend die zo hard doordraait. Terwijl het verhaal vorderde, probeerde ik meer afstand te nemen van de hoofdpersoon. Als tekenaar ontwikkel ik affiniteit met mijn personages, maar er kwam een moment dat ik dacht: 'er is iets echt mis met deze mens'. Ik was dan ook enorm opgelucht toen het verhaal ten einde was. Bij het tekenen van een verhaal heb ik minder contact met de buitenwereld, ik sluit mezelf bewust af. Het is immers niet zo gemakkelijk je werk, en de persoon die je creëert, mee op café te nemen.
Het verhaal is niet echt vrolijk, maar we proberen toch humor in de strip te steken. In ONJ staat een scène in het stempellokaal, herinner je je die? Wel, dat zijn zaken die niet in de monoloog staan maar die ik, of Adriaan, ter plekke bedenken. Dat hebben we in WONJ ook geprobeerd. Weet je, tekentechnisch ben ik zeker niet de beste, ik moet het hebben van mijn sfeer. Dat is mijn sterkte, dat ik sfeer rond personages kan creëren. -
Robert Crumb gooit zich op het Oude Testament: Boek Genesis
21.12.2009 | 02:05

De Amerikaanse striptekenaar en illustrator Robert Crumb heeft het boek Genesis verstript, en bleef trouw aan het origineel. Hoe subversief is hij nog? 'Je hoeft niets aan de Bijbel te veranderen om hem belachelijk te maken.'
Robert Crumb heeft zijn ziel al twee uur lang uitgeknepen voor een volle zaal in het Centre Pompidou in Parijs, als een Franse stripjournalist alsnog een kritische vraag opgooit over wat Crumb ons in zijn nieuwste graphic novel voorschotelt.
In Crumbs Genesis krijgt de strenge God een baard en vertelt de tekenaar een verhaal waarin geen woord van hemzelf is: hij volgt de Bijbel, of in elk geval Genesis en een handvol andere boeken uit het Oude Testament, totdat Jozef in Egypte ten grave wordt gedragen, 110 jaar oud. Vóór de Exodus.
Crumb veroorlooft zich geen visuele grappen met het Oude Testament. Hij geeft geen variaties op het verhaal waaruit zijn eigen interpretatie blijkt. Wie er zomaar een beetje in bladert, denkt: dit is het Oude Testament zoals we het al kenden.
De vraag is dus: is de aartsvader van de graphic novel, de koning van de Amerikaanse underground comic sinds de jaren 1970, erop voorbereid dat zijn versie van Genesis braaf en vlak zou kunnen overkomen?
Daar zit de legende dan. Crumb knijpt zijn ogen samen achter zijn fijne brilmontuur, draait de punten van zijn zachtleren bruine sandalen nog wat strakker naar elkaar toe en plukt met zijn lange handen aan de pantalon die om zijn magere lange benen zwabbert.
Hij wil antwoorden, maar zijn Franse uitgever, Jean-Luc Fromantin, is hem voor. 'Robert Crumb is fantastisch. Hij slikt sinds lang geen lsd meer en woont al zeventien jaar in een dorpje in de Zuid-Franse Cevennes. Crumb is een tekenaar die altijd doorwerkt. Hij probeert niet te ontsnappen aan de comic, maar streeft er juist naar de grenzen van het genre op te rekken. Hij blijft zich technisch verfijnen. Rembrandt waagde zich aan het Oude Testament, net als andere grote namen. En nu, aan het begin van de eenentwintigste eeuw...'
Met onverwachte verve duwt Crumb opeens Fromantin tegen de schouder. 'Ja, hoor eens', onderbreekt hij hem. 'Prachtig allemaal. Maar is het nu subversief genoeg? Dát willen die undergroundjongens weten!'Undergroundjongens
De undergroundjongens: hoort Robert Crumb, ooit aanvoerder van de undergroundjongens, daar nog bij? Hij is uitvinder van Mr. Natural, de cynische goeroe die God in een persoonlijke ontmoeting bijdehand aftroefde. Hij maakte van Fritz the Cat de schuinste hippie, voorzag Janis Joplin en vele anderen van platenhoezen, en de wereld van een hard getekend pandemonium van relatieperikelen en seksuele fantasmen.
En nu? Deze maand brengt hij in twaalf landen tegelijk, waaronder zijn geboorteland de Verenigde Staten, zijn woonland Frankrijk, Nederland en België, een boek uit dat hij eenvoudig 'De geïllustreerde Bijbel' had willen noemen - maar zijn Amerikaanse uitgever protesteerde: 'Jij bent niet zomaar een illustrator, jij bent Robert Crumb.'
In het Centre Pompidou probeert Crumb duidelijk te maken dat zijn bijbelversie géén subversief undergroundproject is. Hij probeert niet revolutionair te zijn, maar juist traditioneel, ambachtelijk. Hij is er trots op dat hij in tekentechnische tradities van de comic werkt.
Crumb is het eens met Marx: religie is opium voor het volk. 'Maar het is niet zo dat ik zelf een nieuw verdovend middel nodig had. Ik heb de Bijbel aangepakt als een klus voor een tekenaar. Dit is het soort werk dat ik twintig jaar geleden nooit had kunnen maken. Toen had ik niet genoeg geduld om mij te onderwerpen aan zo'n serieus boek. Ik maakte het mezelf makkelijk, tekende een novel in een maand. Nu ben ik sober, en bezeten van het detail.'
Hij bestudeerde al lang Babylonische en Soemerische mythen en dacht toen op een dag, begin deze eeuw: het Oude Testament, daar zit een interessante comic in. Geen kwestie van geloof, gewoon omdat het verhaal erom vraagt. 'Its a just story, a great story!' 'Of de bijbelverhalen echt gebeurd zijn, doet er niet toe. Wat ik wilde, is op zoek gaan naar wat er werkelijk staat. Moet je voorstellen, er zijn mensen die elkaar vermoorden uit naam van deze tekst, en ze weten niet eens wat er staat!' En dan volgt zijn lievelingszin, die hij zo vaak uitspreekt als kan: 'De mensheid is gek, knotsgek!'
Een wereld van geweld
Goed, niet subversief dus? Nou ja. Niet toevallig heeft Crumb er in de Verenigde Staten toch maar een sticker op laten plakken: 'Dient te worden gelezen onder begeleiding van een volwassene.' Er staan weliswaar geen gezwollen penissen en andere expliciete scènes in, zoals in zijn eerdere werk, maar je moet er toch rekening mee houden dat mensen zeggen: 'Hé, de Bijbel, leuk voor de kinderen.'
En zijn bijbelverhaal is wel degelijk rauw getekend. Er wordt gezweet, gevrijd en gevochten, gebaard en gebloed. Het Oude Testament is een wereld van geweld, van eindeloos verlangen en bedrog tussen de mensen, en van een strenge patriarchale God.
Zijn God heeft Crumb al voor de publicatie verwijten opgeleverd. Hij zou kiezen voor een conventionele christelijke iconografie. Maar in zijn Genesis dwingt Crumb de blik eerder naar de mensen dan naar God. Vooral zijn vrouwen zijn onmiddellijk herkenbaar, en zeker meer Crumb dan Bijbels. Vaak naakt, meestal wellustig, en altijd met trotse borsten. Ze liggen in uitbundige vrijmoedigheid naast de mannen. Aan God wordt niet getwijfeld, maar in dit tableau is hij uiteindelijk maar een personage - en ook nog geschapen naar het evenbeeld van de man.
Het moet wel een bewuste keuze zijn. 'Mijn streven was zo dicht mogelijk bij het echte verhaal te komen. Want Genesis is niet Gods woord, maar een verhaal van mensen.'
Hij is na het lezen van een reeks studies tot de conclusie te gekomen dat de bijbeltekst tegen de zesde eeuw voor Christus zijn vaste en religieuze vorm heeft gekregen. Onder aanvoering van een kaste van geestelijken die een patriarchaal systeem in de Joodse gemeenschap in Babylon verdedigden. Het is naar hun wereld dat hij op zoek is.
Crumb kan zich best voorstellen dat mensen aanstoot nemen aan zijn verstripping van het scheppingsverhaal. Christelijke fundamentalisten bijvoorbeeld. 'Misschien willen ze me wel vermoorden.'
Van het debat over de Deens islamcartoons heeft hij opgestoken dat we in een primitieve wereld leven. 'Het is moeilijk echte gelovigen te overtuigen, maar ze zullen toch moeten accepteren dat er mensen met hun heilige teksten gaan rommelen.'
'Is het niet ironisch? Ik ben niet de eerste die het scheppingsverhaal verstript, maar wel de eerste die zich zo strak aan de details houdt. En dat terwijl ik niet in God geloof. Mijn voorgangers waren vaak gelovigen die de Bijbel wel Gods woord noemden en zich niettemin permitteerden hele dialogen te verzinnen. Wat een slecht werk. Het Oude Testament verdient beter. Het is zo'n krankzinnig verhaal. Je hoeft er niets aan te veranderen om het belachelijk te maken. Hij neemt geen loopje met God: die figureert in zijn bijbel zoals bedoeld: Hij is echt een patriarchale figuur. Ze noemen hem Hem in het scheppingsverhaal.'
Valsheid
Het Oude Testament, versie Crumb, draait om de mensen. Zij leiden hun zware, onvolmaakte menselijke leven, zoals ze dat altijd al deden bij Crumb. 'De wereld is niet veranderd. Mensen zijn vals tegen elkaar, en nog valser als ze macht krijgen. Als je God er bijhaalt verandert er eigenlijk niets: Ik had gewoon eens zin in een andere valsheid.'
En zo stortte hij zich op het verhaal. Naar elke pagina, elk detail kun je minutenlang kijken, elke scène is een fresco op zich. 'Ik had eerst niet door dat ik aan iets groots was begonnen. Maar na een pagina of veertig besefte ik dat ik de Mount Everest aan het beklimmen was. Ik was geobsedeerd door de details. God moest eindeloos gecorrigeerd worden. Een buurman in mijn dorp, opgegroeid in het Marokko van de jaren 1930 en 1940, moest lachen om de tenten waarin ik de Joden liet slapen. Alsof ze uit de supermarkt om de hoek kwamen. Dus ging ik oefenen op de bedoeïenentent. Ik kreeg een verschrikkelijke hekel aan de Bijbel terwijl ik ermee bezig was.'
Heeft hij er iets van geleerd? 'Ja, ik kan nu beter kamelen tekenen.' Het is geen boutade. 'Met mijn persoonlijke queeste heeft dit boek niets te maken. Hoe meer ik de Bijbel bestudeerde, hoe meer ik ervan overtuigd was dat dat dit boek niet nuttig is als moreel kompas. Broeders die elkaar doodslaan om niets, zusters die te kijk worden gezet als hoeren. Van de moraliteit van de Bijbel krijg je veeleer afkeer. Ik heb de Bijbel getekend om de religieuze kracht ervan uit te drijven. Het is exorcisme. Ik heb er een historisch boek van willen maken.'
Boek Genesis op TV:
Bron: René Moerland, © NRC Handelsblad; De Standaard (www.standaard.be)
-
-
Langs zwarte wegen van David B.
21.12.2009 | 01:56
De vertaling van Vallende ziekte, enkele jaren geleden, zorgde ervoor dat David B. ook in het Nederlands taalgebied enige bekendheid kreeg. In een erg hermetische stijl tekende de Franse vijftiger zich een weg door zijn eigen herinneringen. Die gingen vooral over de epilepsieaanvallen van zijn oudere broer. De leermeester van Satrapi - je weet wel, die Iraanse van het machtige Persepolis - is een krak in het gebruik van symboliek in zijn tekeningen. In Langs duistere wegen speelt het thema hem zeker in de kaart.
We belanden in Fiume, een stadsstaat op de Italiaans-Joegoslavische grens aan het einde van de Eerste Wereldoorlog. Het is een staat van de vrije rede of een stad vol gespuis, schurken en gekken, al naargelang de bronnen. In ieder geval: Fiume is een soort Wild West waar soldaten en idealisten, politie en dieven, klaplopers en uitvinders elkaar ontmoeten, ontlopen of omhelzen. Straatgevechten behoren tot de wanorde van de dag. De waanzin van de oorlog is hier duidelijk nog niet voorbij, de gekte regeert dit stadje. Omsingeld door Italiaanse troepen, maar theoretisch gesteund door de fascistische Mussolini, maakt de dichter-president van de stad plannen om chaos de wereld te laten veroveren. Waar anders dan temidden van deze deeltjesversnellende stad, kunnen verhalen over liefde ontstaan? Lauriano, oudstrijder uit de loopgraven, wordt de hoofdpersoon in zo'n liefdesgeschiedenis. Samen met enkele vrienden schuimt hij de stad af, tot hij als een blok valt voor een frêle zangeres. Ondertussen droomt hij van achtergelaten strijdmakkers, nachtelijke bombardementen en geesten.
Surrealisme en neigingen naar dadaïsme en expressionisme maken van dit verhaal het beste werk van David B. dat tot op heden vertaald werd. Hij tekent met zeer veel symboliek maar heeft toch een erg droge stijl. Dankzij het vlotte kleurgebruik is dit boek niet zo donker of beklemmend als Vallende ziekte en het verhaal is beter gedoseerd dan zijn Het alfabet der ruïnes. Een schoon stripje, voorwaar.LANGS DUISTERE WEGEN
David B.
Oog & Blik
124 pagina'sBron: Tim Roels, www.stripspeciaalzaak.be
-
"Jaren van de olifant" van Willy Linthout: maffe én aangrijpende graphic novel over zelfdoding
13.12.2009 | 23:39

Een krijtlijn die tot leven komt.
Wat dreef de tekenaar van de populaire stripreeks Urbanus ertoe een graphic novel te maken? Jaren van de olifant gaat over de zelfdoding van zijn zoon, maar wordt verteld en getekend in de aloude Belgische surrealistische traditie waar de auteur het best vertrouwd mee is. Maf en machtig.
Symboliek. Jaren van de olifant barst ervan. Grote eieren waaruit corpulente, egoïstische bazen groeien, een door de gerechtelijke politie getrokken krijtlijn die tot leven komt, een hoofdpersonage dat letterlijk in de goot terechtkomt en zich gewillig door het afvalwater laat meedrijven,... Toen zoon Sam zich zo"n vijf jaar geleden op eenentwintigjarige leeftijd op de sporen legde, sloeg dat diepe wonden bij Willy en Magda Linthout. Linthout kwam amper toe aan het tekenen van zijn succesreeks Urbanus. De zin voor en de zucht naar humor waren weg. In de plaats daarvan kwamen geestelijke en lichamelijke pijn, onbegrip, woede, relatieproblemen en talloze levensvragen die zich te pas en te onpas lieten gelden. Hij duwde er iedereen uit zijn directe omgeving mee weg, inclusief zichzelf. Er moest opnieuw geleefd worden, maar geen mens die hem kon vertellen hoe.Wie het echte verhaal van de Linthouts kent, kijkt dwars door de surrealistische taferelen van dit boek heen, ontwart de knoop die morbide humor noemt, en blijft vervolgens achter met een melancholisch gevoel.
Maar eerst het verhaal: dat vertelt het wedervaren van de bezadigde vijftiger Karel - het alter ego van Willy Linthout - en zijn zachte vrouw Simone wanneer ze op een dag de politie aan de deur aantreffen met het nieuws dat hun zoon van hun appartementsgebouw is gesprongen. Karels emoties gaan zo diep, zijn bij momenten zo tegenstrijdig, dat iedereen en alles zijn betekenis verliest. Hij sleept zich nog naar een therapeute, maar ook die kan niet verhinderen dat haar cliënt zijn eigen absurde werkelijkheid schept. Die absurditeit wordt ten top gedreven wanneer de krijtlijn die de gerechtelijke politie rond het lijk van Wannes trok, tot leven komt en zijn vader volgt. Karel begrijpt de krijtlijn die zijn zoon is in eerste instantie niet, met als gevolg dat hij boeken over leven na de dood begint te lezen om alzo te trachten met zijn overleden zoon te communiceren. Sterker: er is een scène waarin Karel zelf van het appartementsgebouw springt in de hoop precies in de krijtlijn op de grond terecht te komen. Hij blijft het proberen, maar elke poging mislukt.
Dat Linthout met dit boek aan een lange zelftherapie begon, mag duidelijk zijn. Elke emotie uit die periode komt in beeld, de ene al bevreemdender dan de andere.
Eerlijk en puur
De flap van het boek spreekt van een "autobiografische striproman", maar dat klopt niet helemaal. Mensen leggen geen eieren, krijtlijnen komen niet tot leven, en Linthouts zoon sprong niet van een appartementsdak de dood tegemoet. En toch staat de term er niet helemaal verkeerd. Linthout verhaalt namelijk niet enkel de feiten en gebeurtenissen an sich, maar vertaalt in wezen veeleer de demonen, de angsten en dagdromen die zijn hersencellen produceerden na de zelfdoding van zijn zoon. De feiten van het moment mogen dan anders zijn, het gevoel dat zich vanaf dat moment van hem meester maakte, is wel authentiek.
Dat Magda, Linthouts echtgenote, niet één keer in het boek voorkomt, heeft ook zo zijn redenen. Typerend voor een koppel dat een zelfdoding moet verwerken, is dat ze eerst naar elkaar toe, en dan uit elkaar beginnen te groeien. Het is een terugkerend thema in dit boek. Simone, zijn vrouw, is nooit te zien, op een hand of voet na, die dan nog meestal opduikt wanneer de grond onder hen barsten begint te vertonen, om ten slotte een gapende ravijn te worden. Eerst maalt het hoofdpersonage er niet om, maar naarmate de kloof groter wordt, vat hij de ernst van de situatie - het verlies van een tweede geliefde - en tracht hij het gapende gat te dichten met bakken cement. Tevergeefs.
Jaren van de olifant barst van de symboliek. Dat de uiteindelijke tekeningen in potlood zijn en zelfs niet eens afgewerkt, heeft ook een betekenis. Linthout oordeelt namelijk dat het leven van zijn zoon ook niet af was, en dat zet zijn beslissing alleen maar kracht bij. Net die achtergrondinformatie maakt het boek nog interessanter dan het al is. Daarom was een interview met de auteur wel verhelderend geweest achteraan in het boek.
Linthout heeft een uitermate knap boekwerk afgeleverd. Hij is zijn eigen stijl trouw gebleven, heeft geen poging gedaan om als "Vlaams tekenaarke" de "literaire" toer op te gaan en concessies te doen. Jaren van de olifant is een eerlijk en puur boek, dat zich nergens, niet één keer, te buiten gaat aan vals sentiment. De auteur heeft dit boek in de eerste plaats voor zichzelf gemaakt. Te nemen of te laten, moet hij gedacht hebben. Dat hij een gevoelige universele snaar heeft geraakt, en dat de lezers de puurheid van de roman erkennen, is ondertussen duidelijk geworden: het buitenland omarmt het boek, met publicaties in Spanje, Engeland en de VS.
Wrang gevoel
Niemand, niet één recensent, die ooit gedacht had dat het "tekenaarke" van Urbanus zo"n maf en machtig boek zou afleveren, dat ook nog eens ver buiten Vlaanderen mensen tot tranen toe zou bewegen. Chapeau voor dit kleine meesterwerk, al moet het ook een wrang gevoel zijn dat Linthout net met dit ene boek, dat zo"n verschrikkelijk en pijnlijk stukje van zijn eigen leven weergeeft, met superlatieven overladen wordt.
Linthout heeft hiermee, zo leert de laatste pagina, alvast een aanzet gegeven om zijn zoon los te laten. Terwijl hij door dit hele boek heen zijn zoon Wannes noemt, lost hij in het allerlaatste plaatje diens echte naam. "Slaap lekker, Sam", klinkt het. Het is te hopen voor Linthout dat de periode die het hem kostte dit boek te maken, inclusief de periode van internationaal succes, een verwerkingsperiode is. Zijn boek laat hem nu nog even niet los. Misschien hoort dat zo. Hij heeft het tempo van zijn verwerking er gedeeltelijk mee in de hand.
Jaren van de olifant
Standaard Uitgeverij,
184 p., 24,95 euro.
Wie het echte verhaal van de Linthouts kent, kijkt dwars door de surrealistische taferelen van dit boek heen, ontwart de knoop die morbide humor noemt, en blijft vervolgens achter met een melancholisch gevoel
Bron: Geert de Weyer; De Morgen (www.demorgen.be); 2009-09-23
-












