club over de betere volwassen strip

Gelukkig%2BNieuwjaar.gif

JuliaRoem.jpg

Deze club wil het vooroordeel wegwerken dat bestaat over strips en beeldromans. Een beeldroman of graphic novel is niets meer en niets minder dan een strip. U kent het wel, zo'n boekje met plaatjes en tekstballonnen. De term werd bedacht door de Amerikaanse stripmaker Will Eisner, die vond dat zijn boek "A Contract With God" (1978) meer weg had van een literaire roman dan van de Spider-Mans en Donald Ducks die de stripcultuur in zijn land domineerden. 

DAS_logo

Vandaar 'graphic novel', in het Nederlands te vertalen als beeldroman. Enigszins vreemd is het natuurlijk wel dat, wanneer we het hebben over strips met artistieke of literaire ambities, er meteen een andere, nogal pretentieuze, benaming nodig is. Natuurlijk is er een wereld van verschil tussen Art Spiegelmans Holocaustdrama "Maus" en Suske en Wiske, net zoals er een wereld van verschil is tussen "Citizen Kane" en "Rambo 3", maar dat verandert niets aan het feit dat ze tot hetzelfde medium behoren en dus eigenlijk geen aparte benaming zouden moeten hebben. We noemen Citizen Kane immers ook niet 'fotografisch drama' of iets dergelijks. Dit heeft alles te maken met de culturele status van de strip, die beduidend lager is dan die van de film. Hoe die culturele status zo laag komt is een vraag waaraan je flink wat academische proefschriften zou kunnen wijden maar het feit is dat vrijwel iedereen bij strips aan bobbie.gifkleurrijk infantiel vermaak denkt, en dat 'strips voor volwassenen' vooral associaties oproept met het soort lectuur dat men doorgaans in een discrete papieren zak meeneemt. Dat is trouwens niet verwonderlijk: de strip is nu eenmaal de laatbloeier onder de kunsten en het wordt daarom nooit helemaal serieus genomen. Dat is jammer, want de strip heeft veel te bieden: de strip is uniek in de manier waarop het zich van zowel woorden als beelden bedient die je, in tegenstelling tot een film, op je eigen tempo tot je neemt. Het feit dat je tegelijkertijd leest en beelden bekijkt maakt het lezen van een strip tot een unieke leeservaring, waarbij het woord en het beeld elkaar kunnen versterken, tegenspreken of op welke manier dan ook met elkaar spelen.

Breng ook een bezoekje aan mijn andere clubs: - Italia - Venus - Musica Antiqua - Kathedralenbouwers - Naakten in de Kunst - Kastelen & Vestingsteden - Het vergeten Rijk van de Inca's - Van Prehistorie tot Middeleeuwen

Stripwelkom.gif

parker_cover.jpg

DE JACHT IS MOOIER DAN DE VANGST - Parker brengt een duister wraakverhaal in een groene 'Mad Men'-gloed.

Onwillekeurig verslikten we ons al na enkele bladzijden in De jacht, het eerste deel van een reeks verstrippingen van de Parkerboeken door Richard Stark. Het verhaal over de eenzaam opererende kruimelgangster Parker die een dodelijke wraak op zijn matennaaiende partners najaagt en daardoor zichzelf overstijgt, beantwoordt aan een reeks welbekende genrewetten. Toch vielen vooral de gelijkenissen met het recente Criminal / Lawless van Sean Phillips en Ed Brubaker wel erg op.

De jager is een esthetisch verantwoorde versie van zo'n doortastend wraakverhaal. Iedereen die Parker dood wilde, van hulpje tot brein, moet het een voor een ontgelden. De ingehouden donkere commentaarstem uit de romans van Richard Stark wordt aangevuld met gestileerde tekeningen die volledig bij het tijdperk van de vroege jaren 60 passen: de mannen hebben een vierkante kin en houden het midden tussen Dick Tracy en Donald Draper, terwijl de vrouwen de onwereldse extreme curves hebben van de meisjes uit de reclame van die tijd.

parker_page.jpg

Door de onwerkelijke aanblik van de figuren - in hun strenge bichromie van vuil gewassen groen en zwart - helt De jager soms gevaarlijk over naar de zelfparodie. De tekenstijl is dan geen directe ode aan een tijdperk meer, maar een bestudeerde leegte, die de bewerkelijke sfeerschepping door overdrijving tenietdoet. Op de beste momenten roept dit boek echter de verfijnde gangstermanieren op die ook in de misdaadstrips van een Igort te bewonderen zijn. De gewassen of gerasterde steunkleur speelt daarbij een fictionaliserende hoofdrol: ze herinnert de lezer eraan dat hier een onwelvoeglijke verheerlijking van geweld gaande is, die net dankzij de stilering door de beugel kan.
 

PARKER - 1. DE JAGER

Darwyn Cooke & Richard Stark

Blloan, 140 blz., euro 19,95.

 

Bron: GERT MEESTERS; Knack-FOCUS; 

habibi_cover.jpg

Met zijn vuistdikke autobiografische strip "Een deken van sneeuw" veroverde Craig Thompson in 2003 stormenderhand de stripwereld. Rond de langverwachte en al even omvangrijke opvolger "Habibi" - een post-9/11-versie van Duizend-en-één-nacht - heerst een hype zoals normaal alleen bij nieuwe strips van Marjane Satrapi of Art Spiegelman het geval is. En toch: 'Ik ben grootgebracht zonder ambities.'

Alleen al aan de manier waarop Habibi wordt gelanceerd, merk je dat de 36-jarige Craig Thompson een echte ster is geworden. Het boek wordt op dezelfde dag uitgebracht in Amerika en Europa, en je moest als reporter al erg je best doen om vooraf meer dan een hoofdstuk in handen te krijgen. Thompson zit ondertussen midden in een maandenlange promotietournee: zo'n professionele campagne is in het nogal los georganiseerde stripcircuit behoorlijk uitzonderlijk.

Hij heeft de oplopende spanning natuurlijk ook zelf in de hand gewerkt. Tussen Een deken van sneeuw, zijn tweede boek na het bescheiden debuut Good-bye, Chunky Rice, en het nieuwe Habibi ligt een periode van maar liefst acht jaar. Carnet de voyage, dat kort na Een deken verscheen, was een reisdagboekje met losse anekdotes, en zo vrijblijvend dat niemand het als de opvolger van Thompsons onverwachte bestseller zag. Toch heeft de Amerikaan uit het landelijke Wisconsin sinds 2003 niet stilgezeten. Habibi is net zoals Een deken van sneeuw gewichtig genoeg om een deuk in een hersenpan te slaan: de strip telt net geen zevenhonderd pagina's. Daar zou een gemiddelde Franse tekenaar zo'n vijftien jaar over doen.

Habibi is een heel ander soort boek dan zijn illustere voorganger. In een tijdloos kader, dat de milieuproblemen en vervoermiddelen van de hedendaagse wereld com-bineert met de sprookjesachtige Arabische decors van Duizend-en-één-nacht, laat Thompson twee ontsnapte kindslaven elkaar vinden, kwijtraken en opnieuw terugvinden. De relatie van het meisje Dodola en de jongen Zam - alias Habibi - ontwikkelt zich van een moeder-kindverhouding tot een in de kiem gesmoorde liefdeshistorie. Maar Thompson laat het niet bij de eeuwig problematische liefde tussen man en vrouw: hij duikt vol overgave in de Arabische culturele erfenis. Verhaalkunst, gelijkenissen tussen christendom en islam en decoratieve motieven uit de Noord-Afrikaanse cultuur komen terug in het hele boek. Terloops zet Thompson ook de mannelijke en vrouwelijke identiteit op losse schroeven door een groep vrijwillig gecastreerde travestieten op te voeren. Habibi is kortom veel rijker dan Een deken van sneeuw. Stof genoeg voor een gesprek.

deken_van_sneeuw_cover.jpg

'Een deken van sneeuw' veroorzaakte een lawine aan positieve kritieken, lezersreacties en prijzen. Hoe heb je die periode ervaren?

Craig Thompson: Het was een overweldigende tijd. Ik heb Een deken van sneeuw rustig kunnen maken in een heel beschermde omgeving. Ik ben opgegroeid in een kleine gemeente en had van mijn vorige strip Good-bye, Chunky Rice zo'n tweeduizend exemplaren verkocht. Ik hoefde dus niet al te onzeker te worden bij de gedachte aan mijn lezers-publiek. In mijn dromen hoopte ik op ongeveer evenveel lezers voor Een deken. Ondertussen zijn er alleen in de States al meer dan 100.000 exemplaren van verkocht.

Het werd ook onmiddellijk een internationaal succesverhaal. In de States kreeg Een deken van sneeuw aanvankelijk al meer weerklank dan ik had verwacht, maar toch bleef het boek nog geruime tijd onder de radar. Maar na de Franse uitgave bij Casterman voelde ik me in Frankrijk en België opeens een auteur met naam en faam.

In die tijd kwam daar ook het weldadige effect bij dat je in Europa als stripauteur serieus werd genomen, anders dan in de Verenigde Staten. Ondertussen is dat fel veranderd. Het grote succes van een strip als Een deken van sneeuw is daar een bewijs van. Zo'n lezersbereik was tien jaar geleden in de VS nog een utopie.

Tegelijk werd de hele periode na Een deken ook beheerst door zorgen. Ik kon haast niet meer tekenen door artritis in mijn tekenhand. Ik had maniakaal gewerkt om het boek af te krijgen. In die tijd kon ik nog helemaal niet van mijn strips leven, dus nam ik ontelbare illustratieopdrachten aan om de rekeningen te kunnen betalen. Bij het uitkomen van Een deken van sneeuw was ik oververmoeid. Daar kwam nog eens die hele internationale promotietournee bij, die me veel stress bezorgde. In de periode erna kon ik dus wel genieten van het succes, maar voelde ik ook de schade die het boek had berokkend aan mijn gezondheid en mijn persoonlijke leven.

Bij het tekenen van 'Een deken van sneeuw' hoefde je helemaal niet onzeker te zijn. 'Habibi' was een ander paar mouwen, vermoed ik.

Thompson: Daar zeg je zo wat. Ik voelde veel meer druk, want ik wilde natuurlijk dat Habibi minstens even goed werd als Een deken van sneeuw. Over het algemeen ben ik wel tevreden over de periode waarin ik aan Habibi heb gewerkt. Als je zevenhonderd bladzijden spreidt over zeven jaar, kom je nog altijd aan honderd bladzijden per jaar. Maar er waren wel degelijk periodes waarin ik creatief volledig geblokkeerd zat.

Hoe meer tijd Habibi in beslag nam, hoe erger het werd. Ik zou andere stripauteurs nooit aanraden om een boek zo lang te laten aanslepen, want dat is nefast voor de motivatie. Het voelde als een blok aan mijn been, maar ondertussen heb ik het gelukkig uit mijn systeem gekregen.

Misschien was het belangrijkste wel dat ik er moeite mee had om mezelf toe te staan om weer te tekenen. Het voelde egoïstisch om me aan mijn passie te wijden, terwijl naar mijn gevoel niemand op mijn werk zat te wachten. Ik weet wel dat ik de zaken overdreven voorstel en dat ik een trouw lezerspubliek heb, maar het voelde toch problematisch om gewoon te doen wat ik graag doe, namelijk een strip tekenen.

habibi_page.jpg

Heeft dat niet te maken met je familiale achtergrond?

Thompson: Zeker. Ik kom uit een gezin van born again christians uit de lagere arbeidersklasse. Werkethos was belangrijk, maar we zijn eigenlijk grootgebracht zonder ambitie, in welke richting dan ook. Ik heb kunstenaarsvrienden van wie de ouders teleurgesteld zijn omdat ze geen advocaten zijn geworden. Mijn ouders zijn ook ontgoocheld in mijn beroepskeuze, maar om een andere reden. Ze keuren het vooral af dat een bestaan als kunstenaar een zekere ambitie veronderstelt, al is het maar de overtuiging dat mijn werk goed genoeg is om lezers te kunnen boeien. Ze vinden het jammer dat ik een weinig nederige en spirituele way of life heb gekozen.

Terwijl je boeken bovenal spiritueel zijn.

Thompson: Zo zou je dat kunnen zien.

Je zei daarnet dat je niemand zulke lange projecten toewenst, maar waarom maak je dan zelf telkens van die dikke boeken? Zelfs in deze tijden van omvangrijke graphic novels is een strip van 665 bladzijden een uitzonderlijk huzarenstuk.

Thompson: Ik vind dat ik zoveel pagina's moet maken als ik nodig heb om mijn verhaal comfortabel te vertellen. Die lange aanloop moet ertoe leiden dat het einde waarachtig overkomt. De hype rond graphic novels heeft mij er vooral van overtuigd - al is dat misschien een vreemde gedachtekronkel - dat stripauteurs dezelfde ambitie mogen koesteren als schrijvers. En om dezelfde diepgang te verkrijgen als een schrijver in een roman kan leggen, heb je in een strip nu eenmaal veel meer pagina's nodig.

Ik ben ook erg beïnvloed door Japanse manga's. Japanse strips kwamen op in Amerika toen ik jong was, en ik raakte al snel verslingerd. In manga's zijn verhalen van honderden pagina's meer regel dan uitzondering.

Die Japanse invloed was veel duidelijker in 'Een deken van sneeuw', door de pagina's lange filmische sequensen. 'Habibi' is in verhouding veel meer gecondenseerd. Er zit ook veel meer tekst in.

Thompson: In Een deken van sneeuw wou ik met minimale middelen een heel vloeiende leeservaring creëren. In dat boek gebeurt er heel weinig. Habibi moest een echt epos worden, maar dan niet zoals bij Akira Kurosawa of Gabriel Garcia Marquez, met zijn honderden personages. De cast mocht beperkt zijn. In het boek wordt de wereld voorgesteld als zeven lagen hemel en zeven lagen hel, met een laag ertussen voor de ons bekende werkelijkheid. De kern van het boek is de relatie tussen Habibi en Dodola, maar dat is zeker niet de enige manier om het te lezen.

De complexiteit is dus gewild.

Thompson: Zeker, maar misschien heb ik wel overdreven. Op een bepaald moment werd ik voortgejaagd door een neurotische tekendrift. Pagina na pagina krabbelde ik helemaal vol, maar als je in zo'n drive zit, wordt het moeilijk om het overzicht te bewaren. Ik denk dat mijn waanzin het boek uiteindelijk wel goed heeft gedaan, maar ik zat volgens mij toch dicht tegen de dwangneuroses die je zo goed kunt zien bij Charles Crumb, de oudere broer van Robert, in de documentaire die Terry Zwigoff over Crumb maakte.

Habibi+1.jpg

Je tekendrift staat niet in de weg van het verhaal.

Thompson: Mooi zo. Die neurotische kantjes moesten onopvallend onder de mat. De bedoeling is uiteindelijk om de lezer een boeiende leeservaring voor te schotelen, zonder dat hij zich vragen begint te stellen over mijn geestelijke gezondheid.

Voor 'Habibi' ben je radicaal afgestapt van het autobiografische werk, voor een episch verhaal in een Arabische context.

Thompson: Na Een deken van sneeuw en Carnet de voyage was ik het zat om mezelf te moeten tekenen. Ik wou ook andere decors kunnen tekenen dan mijn landelijke of stedelijke omgevingen. Ik zag twee mogelijkheden: ofwel een fantastisch verhaal in het genre van In de ban van de ring, ofwel een journalistieke strip zoals Joe Sacco ze maakt. Het is geen van beide geworden, maar ik heb toch het gevoel dat Habibi ergens in het midden zit. De personages zien hun leefmilieu achteruit gaan. Hun wereld is in gevaar door vervuiling en hard kapitalisme, zoals onze wereld. Dat is het journalistieke aspect, als je wil. Tegelijk snijd ik die onderwerpen aan in een sprookje in de trant van Duizend-en-één-nacht, met harem en al.

Was je al langer geïnteresseerd in de Arabische cultuur? Hoe is je interesse gegroeid?

Thompson: Ik vind het nu een beetje gênant, maar de motivatie om Habibi te maken kwam toch grotendeels door de naweeën van 9/11. Na de aanslagen op het World Trade Center kwam de Arabische cultuur in een veel te kwaad daglicht te staan. Ze werd voorgesteld als een radicale, gewelddadige cultuur. Het leek wel een heropstanding van het oriëntalisme van de late achttiende en vroege negentiende eeuw, waarbij het bevooroordeelde beeld van de cultuur van de ander moest dienen om de eigen superioriteit van het Westen te benadrukken.

Ik wist zelf weinig over de Arabische cultuur, dus heb ik me erin verdiept. Ik heb ook vrienden gemaakt met een Arabische achtergrond. Onmiddellijk viel me op dat de gelijkenissen tussen onze culturen veel groter zijn dan de verschillen. Zelfs voor iemand als ik, die vanuit een welwillende interesse voor de Arabische cultuur was vertrokken, kwam dat toch nog als een verrassing. Zo werden die culturele gelijkenissen een van de hoofdthema's van Habibi.

De oosters aandoende motieven kwamen vanzelf. Ik heb me gevoed met alles wat ik te pakken kon krijgen, en als tekenaar absorbeer je nu eenmaal snel visuele elementen. Het Arabische schrift biedt prachtige kansen voor een tekenaar, omdat het grafisch zo interessant is. En hun decoratie bezit toch een bijzondere sierlijkheid.

Halverwege 'Habibi' kwam ik tot de vaststelling dat de hoofdthema's van het boek eigenlijk dezelfde zijn als die van 'Een deken van sneeuw': liefde en religie.

Thompson: Ik ben het eens met die interpretatie, alleen zou ik de term religie niet gebruiken. Religie betekent voor mij een door mensen bedacht vehikel dat vooral duidelijke grenzen moet trekken tussen volkeren. Met Habibi wil ik juist tonen dat er geen scheidingen zijn tussen de christelijke en de islamitische wereld, dat ze onopvallend in elkaar overgaan. In plaats van de term religie zou ik dus spiritualiteit gebruiken. Maar de zoektocht naar een diepere betekenis blijft in beide boeken aanwezig.

Hoe gaat het trouwens met je hand? Je hebt net een boek klaar en wordt nu maandenlang opgeëist voor een promotietournee. Dat ziet er niet goed uit...

Thompson: Voorlopig heb ik nog geen last. Ik heb Habibi dan ook op een veel geregelder manier getekend - zeg maar in werkdagen van negen tot zes - dan Een deken van sneeuw. Ik heb mijn privéleven meer op orde. Ik kan eindelijk leven van mijn strips en ik ervaar dat echt als een privilege. De kans op handklachten door overbelasting en stress is volgens mij dus heel wat kleiner.

HABIBI

Craig Thompson,
Oog&Blik & De Bezige Bij,
665 blz., euro34.

www.habibibook.com

habibireleasedate.jpg

VAN VLOK TOT LAWINE

De onweerstaanbare doorbraak van Een deken van sneeuw.

Augustus 2003: Blankets van de onbekende 27-jarige auteur Craig Thompson verschijnt bij de piepkleine uitgeverij Top Shelf Productions. Knack Focus juicht en geeft vier sterren.

December 2003: Time Magazine noemt Blankets de beste strip van het jaar.

2004: De Franse editie ( Blankets, Manteau de neige) en de Nederlandse ( Een deken van sneeuw) komen uit.

2004: De Amerikaanse editie bereikt de kaap van 25.000 verkochte exemplaren.

2004: Blankets kaapt de belangrijkste Amerikaanse prijzen weg op de Harvey Awards, de Eisner Awards en de Ignatz Awards: beste tekenaar, beste stripauteur en beste niet-voorgepubliceerde stripboek, zo luidt het eensgezinde verdict.

2005: Manteau de neige krijgt de Prix de la Critique op het festival van Angoulême. Voor de prijs voor beste buitenlandse strip blijft het bij een nominatie, waarschijnlijk omdat Thompson als winnaar te veel voor de hand lag.

2011: De kaap van 100.000 verkochte exemplaren wordt overschreden in de States. De strip is ondertussen in veertien talen beschikbaar.

Bron: Gert Meesters, Knack-FOCUS, 28 september 2011.

Graig Thompson


4529.jpg

Je moet als stripmaker wel van erg goede huize komen als je je eigen strip bestempelt als 'een soort van tienerdrama meets Twin Peaks', maar Ross Campbell beschrijft zo zijn serie Wet Moon op zijn site. Dat Wet Moon een tienerdrama is kan ik na het lezen van de eerste twee delen inkomen. Ook spelen mysterieuze gebeurtenissen tot op zekere hoogte een rol in de strip. Doch aan Twin Peaks, de cult televisieserie uit de koker van David Lynch, waarin weirdness en humor samenkomen in een mysterieus verhaal, waarin je meeleeft met de onalledaagse perikelen van een kleurrijke cast van personages en waarin een unheimisch klinkende soundtrack een sfeerbepalende rol vervult, kunnen de strips van Campbell niet tippen. 

Een David Lynch van de strip, de man die het alledaagse zo weet te belichten dat je er koude rillingen van op je rug krijgt, is Campbell evenmin. Heel jammer dus dat hij bij het duiden van zijn verhaal naar Twin Peaks refereert, want wie met dat idee in zijn achterhoofd de eerste hoofdstukken leest, komt van een koude kermis thuis. En dat terwijl Wet Moon, of Natte maan zoals de strip bij Uitgeverij Xtra is verschenen, een onderhoudend beeldverhaal is. Recent verscheen Onzichtbare voeten, het tweede deel in de reeks. 

'Schijt aan Cleo'
Natte maan is de naam van een fictief studentenstadje in Zuid-Californië, waar Cleo Lovedrop woont in een groezelig studentenhuis. Ze is een ietwat neurotische eerstejaars literatuurstudent die samen met haar vriendinnen een liefde deelt voor gothic/emocultuur en cultfilms en -boeken. Nu is er van enig mysterie wel sprake: geregeld vindt ze briefjes met daarop 'Schijt aan Cleo' geschreven; het meisje dat eerst in haar kamer woonde is op een dag plotseling verdwenen, de grote vlek op de vloer het enige bewijs dat ze er ooit gewoond heeft. Ook heeft de mysterieuze fetisjkoningin Fern een bijzondere en nog niet verder verklaarde interesse in Cleo. Deze zaken sudderen vooral op de achtergrond terwijl Campbell zich concentreert op het dagelijks leven van deze jongvolwassenen. De hoofdmoot wordt bepaald door onderlinge relaties en afspraakjes, het uitvinden van seksuele identiteit en het volgen van colleges. In de alternatieve levensstijl van deze kids is homoseksualiteit net zo normaal als een koffieverkeerd bestellen. Campbell flirt met de gothic scene in zijn strip: ieder hoofdstuk begint met liedteksten van bands als Bella Morte, Azure Ray en The Birthday Massacre. 

Vakwerk
Ross Campbell schrijft levensechte dialogen en wisselt scènes boordevol gesprekken af met tekstloze sequenties. De lieflijke scène waarin de stoere Trilby haar nieuwbakken vriendje voorzichtig probeert duidelijk te maken dat hij tijdens het vrijen ook zijn handen mag gebruiken, toont niet alleen aan dat deze stripmaker zijn personages en de wereld van de jongvolwassenen goed kent, maar ook dat hij weet hoe hij op naturalistische wijze een verhaal moet vertellen. Hij laat de lezer letterlijk dicht tot op de huid van de personages komen en brengt het geheel zonder sensatiezucht in beeld. 







 

Campbell hanteert een strakke lijnvoering. Hij maakt aantrekkelijke tekeningen die uitnodigen tot lezen. Veel actie kent de serie niet, wel een aangenaam kabbelend tempo. Opvallend genoeg bedient Campbell zich niet van gedachteballons. Om ons toegang tot de gedachtewereld van Cleo te verschaffen laat hij ons soms in haar dagboek lezen. Zoals het een goed soapschrijver betaamt, eindigt hij ieder deel met een flinke cliffhanger. 

natte_maan_cover.jpg

In 2006 verscheen het eerste deel Vage omzwervingen bij Uitgeverij Xtra. Waarom het vijf jaar geduurd heeft voordat het tweede deel van de pers rolde is me niet bekend. Het is te hopen dat ze met het derde deel niet zo lang zullen wachten, want ik ben nieuwsgierig naar de verdere ontwikkelingen in het leven van Cleo en de rest van de cast. 

Ross Campbell - Natte maan 2: Onzichtbare voeten
Uitgeverij Xtra
ISBN 9789077766514

Bron: www.zone5300.nl 

julia_roem_cover.jpg

JULIA ZONDER BALKON - In een typische woestenij herwerkt Enki Bilal Shakespeares ode aan de passionele liefde tot een grijze brij.

Alle goede dingen bestaan uit minstens drie bij Enki Bilal. Zijn vorige boek, Animal’Z, werd nog aangekondigd als een alleenstaand geval, maar de drukinkt was nauwelijks droog of de man had alweer een trilogie in gedachten. Julia & Roem deelt met zijn voorganger alleen de desastreuze toestand van moeder aarde, die na een enorme milieuramp tot een onherbergzame woestenij herschapen is. Na het zogenaamde Infarct verschoven hele continenten. Nu drijven ze op zee, bijna alle levende wezens zijn omgekomen en infrastructuur is er nauwelijks nog. 

In die apocalyptische setting plaatst Bilal zijn klassiekste verhaal in lange tijd. Van de typische visuele vondsten is hier weinig terug te vinden, op wat water in poedervorm na. De titel geeft al aan waar het de auteur om te doen is: wanneer twee groepen overlevenden elkaar ontmoeten, spelen ze ongewild, maar onafwendbaar Shakespeares Romeo and Juliette na. Ze debiteren zelfs hele verzen van Shakespeares drama, meestal zonder dat ze er zich van bewust zijn. De multiconfessionele aalmoezenier Lawrence merkt al snel dat alle mensen in de samengebrachte groep namen dragen die naar het toneelstuk verwijzen en legt zich er vanaf dat moment op toe om de bekende dramatische afloop te vermijden. 

julia_roem_page.jpg

Behalve pessimisme over de huidige toestand van onze aardbol kun je in Julia & Roem ook een sluimerend geloof in predestinatie lezen, maar die rigide valkuil weet Bilal nog te ontwijken. Julia & Roem is zijn moderne ode aan Shakespeares toneelstuk, dat aansluit bij een steeds weerkerend thema bij Bilal: de helende kracht van allesverterende liefde. Zijn herwerking kent echter weinig persoonlijke accenten, buiten de aankleding van het verhaal. Daardoor verliest Julia & Roem een groot deel van de aantrekkingskracht die gewoonlijk van zijn bevreemdende verhalen uitgaat. 

Ook grafisch lijkt Bilal een stap achteruit te zetten. Van de lossere potloodtekeningen uit Animal’Z is hij teruggekeerd naar meer aangezette lijnen en een kleurenpalet dat stilaan als typisch Bilal gekenmerkt kan worden: veel grijs, met hier en daar een toets rood, wit of indigo. 

JULIA & ROEM

Enki Bilal
Casterman,
90 blz., euro 18.

Bron: Gert Meesters; Knack-FOCUS.

Bilal - Nikopol

"Stitches" trailer (vertaald als "Sprakeloos")


9789048808656_1.jpg

SNIJDEND DOOR MERG EN BEEN - De jeugd van David Small leek wel één groot kankergezwel, met liefdeloze ouders, gekke grootouders en verminkende operaties.

David Small heeft zijn faam te danken aan geïllustreerde jeugdboeken, maar gaat nu op pensioengerechtigde leeftijd helemaal de wereld rond met Sprakeloos, alias Stitches, een veelgeprezen stripversie van zijn jeugd. Stripautobiografieën krijgen wel eens het verwijt dat er behalve stilistisch oninteressante navelstaarderij weinig in te beleven valt, maar dat kun je Small alvast niet aanwrijven. De opeenstapeling van drama die de kleine Small in zijn eerste vijftien levensjaren te verwerken kreeg, zou volstrekt ridicuul zijn indien het boek als fictie zou worden aangeprezen.

Davids moeder is nors en streng, zijn vader al even zwijgzaam. Ziek worden lijkt de zwakke jongen de enige manier om aandacht te krijgen. Zijn gestoorde grootmoeder mishandelt hem, maar moederlief wil er niets van weten. Wanneer David een cyste in zijn hals ontwikkelt, gaat er ruim drie jaar overheen voor hij geopereerd wordt. Vader, zelf radioloog, leek er te gerust op, want ondertussen heeft David een levensbedreigende kanker ontwikkeld. Van de ene dag op de andere moet David verder met een stemband minder en een gigantisch litteken in zijn hals. Niemand vertelt hem dat hij kanker had.

Sprakeloos_PR.jpg

Wat Sprakeloos onderscheidt van veel andere boeken die louter voor de dramatiek van een waargebeurd verhaal worden uitgegeven, is de vlijmscherpe stijlbeheersing. Vanaf het eerste moment trekt Small je zijn levensverhaal in. Hij slaagt daar vooral in door zijn tekeningen. Die zijn nauwelijks op stripinvloeden te betrappen, maar zijn jarenlange illustratie-ervaring heeft zichtbaar vruchten afgeworpen. Subtiele gezichtsexpressies en lichte, met verf aangebrachte grijstinten vatten de tragiek van het verhaal, zodat Small in zijn boek haast even zwijgzaam te werk kan gaan als dat in zijn gezin de gewoonte was. Daarbij neemt hij genoeg plaats om de beelden voor zich te laten spreken.

Een verontrustend levensverhaal in tekeningen omzetten is een hachelijke onderneming. Small is er echter op zo'n schijnbaar vanzelfsprekende manier in geslaagd dat je je zijn boek niet in een andere stijl of in een ander medium zou kunnen inbeelden.

Sprakeloos - Herinneringen

David Small
Lebowski (www.lebowskipublishers.nl) 
329 blz., euro 19,90.
 

GERT MEESTERS

stitch_03.jpg

Tweede recensie van Emy Koopman, "Getekende Stilte"; 8weekly.nl:

Je denkt dat je een standaardprocedure om een onschuldige cyste te verwijderen ingaat, maar wordt na twee zware operaties wakker zonder stem. Het overkwam de inmiddels succesvolle illustrator David Small op veertienjarige leeftijd. Zijn pijnlijke jeugdherinneringen staan opgetekend in de graphic novel Stitches.

De Nederlandse vertaling van Stitches werd al eind 2010 aangekondigd, toen als 'Getekend' en bij een andere uitgeverij. Waarom naast de verandering van uitgeverij ook een verandering van titel noodzakelijk werd gevonden is onduidelijk. 'Getekend' is een mooie dubbelzinnige titel, die aangeeft hoe belangrijk het vermogen zich uit te drukken via tekeningen was en is voor Small. Zoals de auteur het zelf verwoordt als hij laat zien hoe hij op zestienjarige leeftijd uit huis ging: 'Kunst werd mijn thuis. Kunst gaf me mijn stem weer terug en daarna alles wat ik nog wilde of nodig had.'

'Ziek zijn, dat was mijn taal'
Het mag niet verbazen dat je niet veel tekst aantreft in Sprakeloos. Vanaf de eerste bladzijden wordt filmisch ingezoomd op een gezin waarin iedereen zo zijn eigen manier van non–verbaal communiceren heeft: moeder slaat met de deurtjes van keukenkastjes, vader ramt in de kelder op een boksbal, en broer timmert op een drumstel. David zelf is een ziekelijk kind: 'ziek zijn, dat was mijn taal'.

Ziek zijn lijkt de enige manier waarop de kleine David aandacht kan krijgen van zijn vader, die arts is en radioloog. Om zijn voorhoofdsholteontstekingen te bestrijden, wordt hij voortdurend onder zijn vaders apparaten gelegd, met – zo blijkt later – desastreuze gevolgen. Er groeit een gezwel in Davids keel dat aanvankelijk onterecht wordt aangezien voor een ongevaarlijke cyste. Pas na drie en een half jaar wordt hij geopereerd. Als hij wakker wordt is één van zijn stembanden verwijderd. Door het toevallig aantreffen van een brief van zijn moeder ontdekt hij dat hij kanker had.

Subtiele tekeningen
De rancune die David naar zijn ouders voelt is overduidelijk. Zij worden onaantrekkelijk afgebeeld, als mensen die zich meer bekommeren om een nieuwe auto dan om het welzijn van hun zoon. Mensen ook, die zijn boeken van hem afpakken en verbranden. Hoe bedrogen en verwaarloosd hij zich voelt weet David echter op subtiele, grotendeels onsentimentele wijze in beeld te brengen. Zo zegt hij niet direct dat hij zich verlaten voelt door zijn moeder, maar laat hij David dromen over een komisch uitziend vleermuisje, dat in de regen naar zijn moeder zoekt, om alleen een kapotte paraplu tegen te komen.

Dromen en fantasieën spelen sowieso een grote rol in het boek, wat Small alle ruimte geeft om zijn tekentalent tentoon te spreiden. Kleine David verdwijnt in papier, of kruipt weg in zijn eigen mond. Het zijn sterke metaforen, die magistraal in beeld zijn gebracht. Small weet hoe hij beweging kan suggereren, en hoe hij met een enkele pennenstreek de juiste gezichtsuitdrukking tevoorschijn kan toveren. De gewassen inkttechniek die hij hanteert creëert daarbij een schetsmatig en vaak onheilspellend effect.

Onaf
In alle lof die je Small moet toewuiven voor zijn verbeelding en uitdrukkingskracht is er echter wel een minpuntje te noemen: de plot. Terwijl David voor droomsequenties alle tijd neemt, passeren grote gebeurtenissen als zijn moeders lesbische affaire en zijn beslissing voortijdig het ouderlijk huis te verlaten juist in sneltreinvaart. Het geheel doet daardoor wat onevenwichtig en onaf aan. Dit wordt nog verergerd door een verklaring die achterin het boek is opgenomen, waarin wordt uitgelegd dat moeder Small toch ook zo haar eigen problemen had.

Het is de catch 22 van de autobiografie: om een mooi verhaal te maken moet je dingen weglaten en vervormen, maar hoe meer dingen je weglaat en vervormt, hoe verder je van de 'waarheid' verwijderd raakt. Sprakeloos was waarschijnlijk nog beter geweest als Small zijn verhaal vollediger had uitgesponnen en het geduld had opgebracht om de achtergrond van de andere gezinsleden te schetsen. Nu blijft iedereen behalve David zelf een karikatuur in de kantlijn. De kantlijn, weliswaar, van een sterk en prachtig getekend verhaal.

Ciel Louvre

Welkom bij Clubs!

Kijk gerust verder op deze club en doe mee.

Wat is dit?


Of maak zelf een Clubs account aan: