club over de betere volwassen strip

DAS_logoDeze club wil het vooroordeel wegwerken dat bestaat over strips en beeldromans. Een beeldroman of graphic novel is niets meer en niets minder dan een strip. U kent het wel, zo'n boekje met plaatjes en tekstballonnen. De term werd bedacht door de Amerikaanse stripmaker Will Eisner, die vond dat zijn boek "A Contract With God" (1978) meer weg had van een literaire roman dan van de Spider-Mans en Donald Ducks die de stripcultuur in zijn land domineerden. Vandaar 'graphic novel', in het Nederlands te vertalen als beeldroman. Enigszins vreemd is het natuurlijk wel dat, wanneer we het hebben over strips met artistieke of literaire ambities, er meteen een andere, nogal pretentieuze, benaming nodig is. Natuurlijk is er een wereld van verschil tussen Art Spiegelmans Holocaustdrama "Maus" en Suske en Wiske, net zoals er een wereld van verschil is tussen "Citizen Kane" en "Rambo 3", maar dat verandert niets aan het feit dat ze tot hetzelfde medium behoren en dus eigenlijk geen aparte benaming zouden moeten hebben. We noemen Citizen Kane immers ook niet 'fotografisch drama' of iets dergelijks. Dit heeft alles te maken met de culturele status van de strip, die beduidend lager is dan die van de film. Hoe die culturele status zo laag komt is een vraag waaraan je flink wat academische proefschriften zou kunnen wijden maar het feit is dat vrijwel iedereen bij strips aan bobbie.gifkleurrijk infantiel vermaak denkt, en dat 'strips voor volwassenen' vooral associaties oproept met het soort lectuur dat men doorgaans in een discrete papieren zak meeneemt. Dat is trouwens niet verwonderlijk: de strip is nu eenmaal de laatbloeier onder de kunsten en het wordt daarom nooit helemaal serieus genomen. Dat is jammer, want de strip heeft veel te bieden: de strip is uniek in de manier waarop het zich van zowel woorden als beelden bedient die je, in tegenstelling tot een film, op je eigen tempo tot je neemt. Het feit dat je tegelijkertijd leest en beelden bekijkt maakt het lezen van een strip tot een unieke leeservaring, waarbij het woord en het beeld elkaar kunnen versterken, tegenspreken of op welke manier dan ook met elkaar spelen.

Breng ook een bezoekje aan mijn andere clubs: - Italia - Venus - Musica Antiqua - Kathedralenbouwers - Naakten in de Kunst - Kastelen & Vestingsteden - Het vergeten Rijk van de Inca's - Van Prehistorie tot Middeleeuwen

Stripwelkom.gif

  • Nieuws berichten

    • YAP van Mark Hendriks

      06.02.2010 | 20:15

      yap_cover.jpg


      In 1938 vinden we lerares Tomoko terug op het Micronesische eiland Yap. Tijdens een lange fietstocht komt ze bij een kiosk waar ze zich laat fotograferen — en nemen — door de eigenaar ervan. Een kleine toelichting krijgt ze bij een grote ronde steen die op het eiland als betaalmiddel geldt. Ze is er zich nog niet van bewust dat de kiosk, de eigenaar en de ronde steen haar in een dol avontuur zal doen storten. Nadat ze verdwaald raakt en bij een stam eilandbewoners belandt, laat ze zich op sleeptouw nemen (of is het toch andersom?) door de inboorlingen. Een kostbare steen is bij hen gestolen en daar weet Tomoko dus meer van. Maar de kiosk vindt ze niet meteen terug. Een lange tocht langs de kusten van Yap en in de dichte jungles en mangroves die het eiland rijk zijn, is het gevolg.

      Mark Hendriks verweeft een flinterdun verhaal met heel wat uiteenlopende wetenswaardigheden over het eiland Yap, Micronesië, de fauna en flora in de regio, de historische evolutie, de plaatselijke cultuur en folklore, het gebrek aan hygiëne, kortom alles en nog meer om het te doen doorgaan voor een reisgids met zelfs een doorsnede van een van Tomoko's borsten erbovenop. Dat klinkt interessant en tot op een bepaald niveau is het dat ook, maar na verloop van tijd begint het "authentiek"-grapje en de vele onderbrekingen van het toch al eenvoudige verhaal je de keel uit te hangen. Aanvankelijk staan er in de encyclopedische teksten nog wat kleine grapjes, maar daarna lijkt Hendriks meer en meer de pedalen te verliezen net zoals Tomoko niet meer weet hoe ze zich tegenover de inboorlingen moet gedragen.  

      YAP

       

      De eindconclusie is dat je je als bezoeker van een vreemde cultuur je eerst moet verdiepen in die cultuur en tradities om misverstanden en ongemakken te vermijden. Da's een wijs besluit, maar het had anders of evenwichtiger verteld kunnen worden. Tegelijk haalt Hendriks zelf aan waar het probleem ligt. Eigenlijk wil hij enkel maar zo veel mogelijk over Yap vertellen. "Deze afbeelding bevat veel informatie. Neem de tijd om alles rustig te bestuderen. Het verhaal 'loopt niet weg!'", schrijft hij. Maar als de masochist in ons, die het niet kan laten àlles te lezen, het niet had opgegeven, liepen net wij weg van het verhaal. Bovendien bevatten de beschrijvende teksten erg veel taalfouten. Trema's en samengestelde woorden zijn Hendriks blijkbaar volslagen onbekend. De volgende keer graag wat minder didactiek en meer verhaal. Met de tekeningen zit het sowieso goed. Hendriks speelt met water en inkt om in zwart-wit en talloze grijstinten en -vlekken een waarachtige exotische sfeer te scheppen met geloofwaardige landschappen.

      YAP
      Mark Hendriks
      Oog & Blik | De Bezige Bij
      156 p. / € 17,50 (SC)

      bron: DAVID STEENHUYSE; www.stripspeciaalzaak.be;  januari 2010
       


       

    • Weer over naar jou

      21.12.2009 | 02:08

      albumspaquetwonj.jpg

      Koopjestijd. Een hippe meid maakt zich klaar om eropuit te trekken, geld uit te geven voor zichzelf en anderen het gevoel te geven dat ze bestaat. Vrienden lijkt ze niet te hebben, werk evenmin. Hoe hard ze ook probeert, echt menselijk contact maken wil maar niet lukken. Niets wil haar blijkbaar lukken. Daarom trekt ze de stad in en trekt ze de stad uit: aan de horizon ter hoogte van Wijnegem gloort het shoppingparadijs, bezongen door velen.* Als consument word je er tenminste (h)erkend... Ze loopt er rond, doet koop na koop na koop. En dan loopt het mis.

      Tot zover de korte inhoud van het vervolg op Over Naar Jou uit 2006, geschreven door theatermaker Adriaan Van Aken en getekend door Philip Paquet. In zijn typische tekenstijl levert Paquet weer een mooi boek af. Wie het werk van Paquet kent, zal dus niet verrast worden. Maar uiteindelijk draait het bij Paquet om sfeerschepping. Daar slaagt hij in, al zijn het niet direct good vibrations. Tijdens en vooral na het lezen van dit boek zit je met een onbehaaglijk gevoel. Een gevoel van frustratie ook. En dat is precies wat het boek lijkt te beogen. Dit is géén strip als tussendoortje, dit neigt naar een pamflet. Bovendien is dit een conceptalbum. Bij het boek hoort immers een cd die je opzet als je begint te lezen. De soundtrack van Youri Van Uffelen werd speciaal voor het boek gecomponeerd en gidst je erg behoedzaam door het verhaal. Je wordt als lezer uitgedaagd om het juiste vertelritme te zoeken en eens dat lukt, merk je dat de combinatie woord/beeld/muziek erg goed werkt. En nu: Weer over naar Jou...


      *In Filiaal van de Hel door Clement Peerens.

      albumspaquetwonj_p1.jpg

      WEER OVER NAAR JOU

      Philip Paquet + Adriaan Van Aken
      Bries
      80 p./EUR 17,50 (SC + cd)

      "Bijzonder mooi stripverhaal": Bij het lezen van het verhaal bekruipt je soms het gevoel dat je in een spiegel zit te kijken: de emoties zijn bijzonder herkenbaar voor eenieder die in een stad woont. We worden heen en weer geslingerd tussen hoop en wanhoop, euforie en frustratie. En dit zonder een greintje hoogdravendheid of bombast. Ook mooi is dat dit warme en eerlijke portret vergezeld is van een eveneens lichtjes fantastische soundtrack, een samenwerking tussen multitalenten als Rudy Trouvé, Youri Van Uffelen, Tim Liebaert en Ephraïm Cielen. Dikke aanrader. (fd in RifRaf)

      albumspaquetwonj_p2.jpg

      Interview: 'Weer over naar jou', Philippe Paquet

      "Tekentechnisch ben ik zeker niet de beste, ik moet het hebben van mijn sfeer" 

      Je eigen illustratie meer dan levensgroot op een gevel zien staan, daar mag je trots op zijn. Dat is hij dan ook, Philip Paquet. Trots, maar bescheiden. Want er zijn nog zoveel andere dingen te doen, en werk in uitvoering mag niet te lang stilliggen. Zeker niet, als het leuk werk is. Zo kreeg de Antwerpse striptekenaar en illustrator de dag van dit gesprek te horen dat hij zeven covers mag tekenen voor een verzamelbox van het jazzlabel Blue Note. Een opdracht waar hij met plezier zijn overvolle agenda voor herschikt. Gelukkig was het vervolg op 'Over naar jou' al klaar. En de vragen van het interview ook...

      Philippe Paquet: Ha, een echte vragenlijst! Woow, shoot!

      Philip, mag ik met een boutade zeggen dat 'Weer over naar jou' er komt omdat het succes van 'Over naar jouw' om een vervolg vroeg? Toen je hoorde dat 'Over naar jou' uitverkocht was, bijvoorbeeld?
      Daar klopt al meteen niets van. 'Weer over naar jou' (WONJ) was al lang klaar toen de uitgever me vertelde dat de voorraad van 'Over naar jou' (ONJ) bijna op was. Natuurlijk waren er signalen dat ONJ het best van al mijn albums verkocht, maar uitmelken... zeker niet hoor. ONJ is eigenlijk een eerste monoloog van theatermaker Adriaan (Van Aken). En bij een eerste hoort een tweede, die hij ook al geschreven had voor er sprake was van de strip.  

      albumspaquetwonj_p3.jpg

      Is het vervolg een vrolijker boek dan ONJ? Dat was niet heel vrolijk, al kon ik soms lachen met de tekst of de tekeningen.

       

      In de aankondiging van het album valt de naam Sara Vertongen. Wie is dat en wat is haar bijdrage aan de strip?
      Sara (Vertongen) is een verdomd goede actrice die speelt bij Braakland. Zij is het die op 23 oktober (de release van het boek) de monoloog waarop het boek gebaseerd is in het Cultureel Centrum van Berchem brengt. Verder heeft ze niets met de strip te maken, maar het hoofdpersonage is deze keer een vrouw, vandaar haar bijdrage. Waar het idee van een vrouw als hoofdpersonage vandaan komt weet ik niet. Nogmaals, het is Adriaan die de tekst al veel eerder schreef en zijn beweegredenen ken ik zeker niet allemaal. Maar ik voel wel dat een vrouwelijke rol in dit tweede deel klopt. (Aarzelt) Al is het wel ongewoon dat een vrouw tot zulke dingen in staat is, ik zie een man dat eerder doen... de manier waarop het verhaal eindigt mag ik nog niet loslaten, maar je ziet het niet aankomen met een vrouw als hoofdpersonage.  

      albumspaquetwonj_p4.jpg

      Een vrouw als hoofdpersonage? Dat is verrassend want na deel één had ik helemaal niet het gevoel dat het verhaal van de (mannelijke) hoofdpersoon afgelopen was...
      Of hoe ik ervan hou de lezer op het verkeerde been te zetten (lacht vergenoegd). Wat ik nu wel gedaan heb, is bij ONJ een extra verhaaltje bijvoegen. Zoals je weet kon je een soundtrack kopen bij het eerste boek. We hebben de tekst van de verborgen song op die soundtrack, ook verstript. Het is een Engelse tekst waar nu een verhaal van gemaakt is van een zevental bladzijden. Als je bij 'Over naar jou' op je honger bent blijven zitten, krijg je nu een kleine appendix, een verhaal dat er wel bijhoort. Dat is dan voor de mensen die zich afvragen waar het verhaal naartoe gaat.  

      Zeer attent, dank je. Waar kunnen de hongerigen dat extra verhaaltje lezen?

      Van 'Over naar jou' zal een herdruk uitkomen samen met de release van 'Weer Over naar jou'. Achteraan die herdruk waren nog enkele blanco bladzijden. We zochten naar een manier om die nuttig te vullen, en kwamen bij dat extra verhaal uit, een soort 'een jaar later'-story. Het is dus zeker geen goedkoop vulsel, het verhaaltje hoort er ook echt bij.  

      Een verhaal dat ook al in de eerste monoloog stond?
      Nee, dat niet, het is zoals gezegd gebaseerd op de muziek. Die is trouwens van Joeri Van Uffelen, die ook bij het nieuwe boek de soundtrack verzorgt. Zijn naam staat nu ook op de kaft van het boek, dat je trouwens enkel met soundtrack kan kopen. We zien dit namelijk echt als een volwaardig soundtrack-project waarin tekst, beeld en muziek gelijk zijn.

      albumspaquetwonj_p5.jpg

      Heb jij muzikaal bijgedragen aan de soundtrack?
      Nee, dat was helemaal de speeltuin van Joeri. Die had vanaf het begin de goeie sound te pakken, en het rockt behoorlijk stevig, al bleek de muziek moeilijker om maken dan bij de eerste soundtrack. Mijn bijdrage was het boek lezen bij de muziek, eens die af was. En dat ging wonderwel samen, het is straf, ik had het boek ongeveer uit op de moment dat de muziek stopte. Goed hé! Nadien hebben we nog een kleine wijziging aan de tekeningen aangebracht, zodat de lezers muziek en verhaal nog beter op elkaar kunnen afstemmen.

      Hoe zit een samenwerking met Adriaan in elkaar? Mag jij in zijn tekst, mag hij in jouw tekeningen ingrijpen?
      Ja, ja en ja (lacht). De tekst was er natuurlijk al eerder, daar sneuvelt weinig van in het verhaal. Ik laat Adriaan zien wat ik getekend heb, hij geeft zijn mening en als het niet goed is pas ik de tekening aan. Soms ben ik tevreden maar Adriaan niet, dan sta ik wel eens op mijn strepen. Meestal vinden we wel een compromis. We zijn ook al jaren vrienden en kennen elkaar bijgevolg goed, al lopen we elkaars deur niet plat ofzo... We weten wel van elkaar wat de kleine kantjes zijn, maar kennen ook elkaars sterke punten. Zo is Adriaan heel sterk met taal, en ben ik beter met beelden.

      Ben jij dan niet sterk met taal? 'Louis Armstrong', beide Yume's en sommige verhalen uit 'Snapshots' zijn toch op jouw scenario?
      Soms hielpen vrienden zoals Tim Vendaux, Gilliom of Rayman me wel met scenario-advies. En ach, ik ben toch veel beter met beeld. Ik ben het ook nog wat aan het leren en aan het zoeken, met taal werken. Tot mijn vierde ben ik in het Frans opgevoed, en ik lees en luister veel Engelse teksten. Af en toe vraag ik me dan ook af welke taal ik eigenlijk ben, soms denk ik in het Frans of redeneer in het Engels. Dat zie je ook in de thema's van mijn boeken, 'Yume' is iets heel anders dan 'Louis' of 'Over naar jou'. Wat dat betreft ben ik niet commercieel.

      Had ik ergens gelezen...dat jij geen One Trick Pony wil zijn?
      Voilà, dat klopt.

      albumspaquetonj.jpg

      Vertel dan eens iets over je tattooplannen? Je wilde toch graag zelf met een naald werken?
      Toen ik achttien werd ben ik direct naar de tattooshop gelopen en heb me een tattoo laten zetten. En die vis, dat verhaal ken je... (Paquet liet zich in 20 uur een koivis zetten; hij trok er speciaal voor naar een gekend Japans tattoeur) En nu, eindelijk kan ik nu zelf leren tattooeren. Via via ben ik terecht gekomen bij een eigenaar van een tattooshop die me wil leren graveren op mensenhuid. Mocht ik dat vijftig jaar geleden hebben willen leren, dan moest ik waarschijnlijk beginnen met naalden kuisen, solderen, dat soort werk. Tattooeren is een ambacht, hoor. Nu hoeft dat niet meer maar toch ga ik in de shop staan en werken. Nu ga ik al veel kijken, om al zoveel mogelijk op te steken. Het duurt al gauw een jaar voor je dat een beetje onder de knie hebt. Dat heb ik er zeker voor over, het voelt echt goed dat ik iets ga leren wat ik zo graag wil. Het zal zeker ook goed zijn voor mijn lijn, het zal me leren strakker te tekenen. En het heel coole hieraan vind ik dat een tattoo een ultieme tekening is, eentje die er voor de eeuwigheid staat.

      Men heeft me ingefluisterd dat jij een tattoo getekend hebt voor Tom Barman?
      Getekend, zeker. Maar ik ga die laten zetten door mijn leraar. Bij mij gebeurt veel via via: zo ook met dit project. Een gezamelijke vriend had me aanbevolen als tekenaar bij Tom Barman. Ik heb hem dan Yume te lezen gegeven, daarin zag hij een soort pin-up tekening van Yuki, de zus van Yume, die hem wel beviel. Die is nu een beetje aangepast, en zal binnenkort op zijn lichaam komen.

      Buiten illustreren, leren tattoeren, en zometeen naar een optreden gaan zien, wat zijn je plannen?
      Beginnen met ininkten van 'Yume 3'. 

      "Over naar jou is de eerste 'leesbare' multidisciplinaire strip": Met 'Over naar jou' wilde Van Aken ook een zeker politiek en sociaal statement maken. Centraal staat bij hem de betrokkenheid. (...) Van Akens grote sterkte is dat hij nergens met een prekerig vingertje staat te zwaaien - alles wat er gebeurt, is voor de oplettende lezer heel duidelijk, maar blijft impliciet.
      De verdienste van Paquet bestaat er vooral in dat hij de lange monologue interieure waaruit de tekst is opgebouwd goed weet te verdelen. De pagina-opbouw en structuur van de strip zijn erg sterk. Nergens wordt het vervelend, nergens moeten er te grote lappen tekst worden ingevoegd. Het loopt (en leest) allemaal heel vlotjes.
      Over naar de muziek dan. Die werd door orkestleider Youri Van Uffelen en zijn companen Rudy Trouvé en Ephraïm Cielen speciaal voor de strip gemaakt. De cd voegt wel degelijk iets aan de leeservaring toe, het is dus zeker geen gratuit experiment. Dergelijke pogingen om de strip uit zijn ghetto te halen en multidisciplinair te gaan werken, kunnen enkel worden aangemoedigd. (Kris Peeters in Gonzo Magazine)

      Bron: Tim Roels ; www.stripelmagazine.be

      WONJ is in geen geval vrolijker. Zelfs deprimerender, want ik heb nog nooit een figuur getekend die zo hard doordraait. Terwijl het verhaal vorderde, probeerde ik meer afstand te nemen van de hoofdpersoon. Als tekenaar ontwikkel ik affiniteit met mijn personages, maar er kwam een moment dat ik dacht: 'er is iets echt mis met deze mens'. Ik was dan ook enorm opgelucht toen het verhaal ten einde was. Bij het tekenen van een verhaal heb ik minder contact met de buitenwereld, ik sluit mezelf bewust af. Het is immers niet zo gemakkelijk je werk, en de persoon die je creëert, mee op café te nemen. 
      Het verhaal is niet echt vrolijk, maar we proberen toch humor in de strip te steken. In ONJ staat een scène in het stempellokaal, herinner je je die? Wel, dat zijn zaken die niet in de monoloog staan maar die ik, of Adriaan, ter plekke bedenken. Dat hebben we in WONJ ook geprobeerd. Weet je, tekentechnisch ben ik zeker niet de beste, ik moet het hebben van mijn sfeer. Dat is mijn sterkte, dat ik sfeer rond personages kan creëren.  

    • Robert Crumb gooit zich op het Oude Testament: Boek Genesis

      21.12.2009 | 02:05

      boek_genesis_cover.jpg

      De Amerikaanse striptekenaar en illustrator Robert Crumb heeft het boek Genesis verstript, en bleef trouw aan het origineel. Hoe subversief is hij nog? 'Je hoeft niets aan de Bijbel te veranderen om hem belachelijk te maken.'

      Robert Crumb heeft zijn ziel al twee uur lang uitgeknepen voor een volle zaal in het Centre Pompidou in Parijs, als een Franse stripjournalist alsnog een kritische vraag opgooit over wat Crumb ons in zijn nieuwste graphic novel voorschotelt.

      In Crumbs Genesis krijgt de strenge God een baard en vertelt de tekenaar een verhaal waarin geen woord van hemzelf is: hij volgt de Bijbel, of in elk geval Genesis en een handvol andere boeken uit het Oude Testament, totdat Jozef in Egypte ten grave wordt gedragen, 110 jaar oud. Vóór de Exodus.

      Crumb veroorlooft zich geen visuele grappen met het Oude Testament. Hij geeft geen variaties op het verhaal waaruit zijn eigen interpretatie blijkt. Wie er zomaar een beetje in bladert, denkt: dit is het Oude Testament zoals we het al kenden.

      De vraag is dus: is de aartsvader van de graphic novel, de koning van de Amerikaanse underground comic sinds de jaren 1970, erop voorbereid dat zijn versie van Genesis braaf en vlak zou kunnen overkomen?

      Daar zit de legende dan. Crumb knijpt zijn ogen samen achter zijn fijne brilmontuur, draait de punten van zijn zachtleren bruine sandalen nog wat strakker naar elkaar toe en plukt met zijn lange handen aan de pantalon die om zijn magere lange benen zwabbert.

      Hij wil antwoorden, maar zijn Franse uitgever, Jean-Luc Fromantin, is hem voor. 'Robert Crumb is fantastisch. Hij slikt sinds lang geen lsd meer en woont al zeventien jaar in een dorpje in de Zuid-Franse Cevennes. Crumb is een tekenaar die altijd doorwerkt. Hij probeert niet te ontsnappen aan de comic, maar streeft er juist naar de grenzen van het genre op te rekken. Hij blijft zich technisch verfijnen. Rembrandt waagde zich aan het Oude Testament, net als andere grote namen. En nu, aan het begin van de eenentwintigste eeuw...'

      Met onverwachte verve duwt Crumb opeens Fromantin tegen de schouder. 'Ja, hoor eens', onderbreekt hij hem. 'Prachtig allemaal. Maar is het nu subversief genoeg? Dát willen die undergroundjongens weten!'

      Undergroundjongens

      De undergroundjongens: hoort Robert Crumb, ooit aanvoerder van de undergroundjongens, daar nog bij? Hij is uitvinder van Mr. Natural, de cynische goeroe die God in een persoonlijke ontmoeting bijdehand aftroefde. Hij maakte van Fritz the Cat de schuinste hippie, voorzag Janis Joplin en vele anderen van platenhoezen, en de wereld van een hard getekend pandemonium van relatieperikelen en seksuele fantasmen.

      En nu? Deze maand brengt hij in twaalf landen tegelijk, waaronder zijn geboorteland de Verenigde Staten, zijn woonland Frankrijk, Nederland en België, een boek uit dat hij eenvoudig 'De geïllustreerde Bijbel' had willen noemen - maar zijn Amerikaanse uitgever protesteerde: 'Jij bent niet zomaar een illustrator, jij bent Robert Crumb.'

      In het Centre Pompidou probeert Crumb duidelijk te maken dat zijn bijbelversie géén subversief undergroundproject is. Hij probeert niet revolutionair te zijn, maar juist traditioneel, ambachtelijk. Hij is er trots op dat hij in tekentechnische tradities van de comic werkt.

      Crumb is het eens met Marx: religie is opium voor het volk. 'Maar het is niet zo dat ik zelf een nieuw verdovend middel nodig had. Ik heb de Bijbel aangepakt als een klus voor een tekenaar. Dit is het soort werk dat ik twintig jaar geleden nooit had kunnen maken. Toen had ik niet genoeg geduld om mij te onderwerpen aan zo'n serieus boek. Ik maakte het mezelf makkelijk, tekende een novel in een maand. Nu ben ik sober, en bezeten van het detail.'

      Hij bestudeerde al lang Babylonische en Soemerische mythen en dacht toen op een dag, begin deze eeuw: het Oude Testament, daar zit een interessante comic in. Geen kwestie van geloof, gewoon omdat het verhaal erom vraagt. 'Its a just story, a great story!' 'Of de bijbelverhalen echt gebeurd zijn, doet er niet toe. Wat ik wilde, is op zoek gaan naar wat er werkelijk staat. Moet je voorstellen, er zijn mensen die elkaar vermoorden uit naam van deze tekst, en ze weten niet eens wat er staat!' En dan volgt zijn lievelingszin, die hij zo vaak uitspreekt als kan: 'De mensheid is gek, knotsgek!'

      Genesis310.jpg&usg=AFQjCNEjt2StyQamMraO3T4qz5mbe4MZUQ

      Een wereld van geweld

      Goed, niet subversief dus? Nou ja. Niet toevallig heeft Crumb er in de Verenigde Staten toch maar een sticker op laten plakken: 'Dient te worden gelezen onder begeleiding van een volwassene.' Er staan weliswaar geen gezwollen penissen en andere expliciete scènes in, zoals in zijn eerdere werk, maar je moet er toch rekening mee houden dat mensen zeggen: 'Hé, de Bijbel, leuk voor de kinderen.'

      En zijn bijbelverhaal is wel degelijk rauw getekend. Er wordt gezweet, gevrijd en gevochten, gebaard en gebloed. Het Oude Testament is een wereld van geweld, van eindeloos verlangen en bedrog tussen de mensen, en van een strenge patriarchale God.

      Zijn God heeft Crumb al voor de publicatie verwijten opgeleverd. Hij zou kiezen voor een conventionele christelijke iconografie. Maar in zijn Genesis dwingt Crumb de blik eerder naar de mensen dan naar God. Vooral zijn vrouwen zijn onmiddellijk herkenbaar, en zeker meer Crumb dan Bijbels. Vaak naakt, meestal wellustig, en altijd met trotse borsten. Ze liggen in uitbundige vrijmoedigheid naast de mannen. Aan God wordt niet getwijfeld, maar in dit tableau is hij uiteindelijk maar een personage - en ook nog geschapen naar het evenbeeld van de man.

      Het moet wel een bewuste keuze zijn. 'Mijn streven was zo dicht mogelijk bij het echte verhaal te komen. Want Genesis is niet Gods woord, maar een verhaal van mensen.'

      Hij is na het lezen van een reeks studies tot de conclusie te gekomen dat de bijbeltekst tegen de zesde eeuw voor Christus zijn vaste en religieuze vorm heeft gekregen. Onder aanvoering van een kaste van geestelijken die een patriarchaal systeem in de Joodse gemeenschap in Babylon verdedigden. Het is naar hun wereld dat hij op zoek is.

      Crumb kan zich best voorstellen dat mensen aanstoot nemen aan zijn verstripping van het scheppingsverhaal. Christelijke fundamentalisten bijvoorbeeld. 'Misschien willen ze me wel vermoorden.'

      Van het debat over de Deens islamcartoons heeft hij opgestoken dat we in een primitieve wereld leven. 'Het is moeilijk echte gelovigen te overtuigen, maar ze zullen toch moeten accepteren dat er mensen met hun heilige teksten gaan rommelen.'

      'Is het niet ironisch? Ik ben niet de eerste die het scheppingsverhaal verstript, maar wel de eerste die zich zo strak aan de details houdt. En dat terwijl ik niet in God geloof. Mijn voorgangers waren vaak gelovigen die de Bijbel wel Gods woord noemden en zich niettemin permitteerden hele dialogen te verzinnen. Wat een slecht werk. Het Oude Testament verdient beter. Het is zo'n krankzinnig verhaal. Je hoeft er niets aan te veranderen om het belachelijk te maken. Hij neemt geen loopje met God: die figureert in zijn bijbel zoals bedoeld: Hij is echt een patriarchale figuur. Ze noemen hem Hem in het scheppingsverhaal.'

      boek_genesis_page.jpg

      Valsheid

      Het Oude Testament, versie Crumb, draait om de mensen. Zij leiden hun zware, onvolmaakte menselijke leven, zoals ze dat altijd al deden bij Crumb. 'De wereld is niet veranderd. Mensen zijn vals tegen elkaar, en nog valser als ze macht krijgen. Als je God er bijhaalt verandert er eigenlijk niets: Ik had gewoon eens zin in een andere valsheid.'

      En zo stortte hij zich op het verhaal. Naar elke pagina, elk detail kun je minutenlang kijken, elke scène is een fresco op zich. 'Ik had eerst niet door dat ik aan iets groots was begonnen. Maar na een pagina of veertig besefte ik dat ik de Mount Everest aan het beklimmen was. Ik was geobsedeerd door de details. God moest eindeloos gecorrigeerd worden. Een buurman in mijn dorp, opgegroeid in het Marokko van de jaren 1930 en 1940, moest lachen om de tenten waarin ik de Joden liet slapen. Alsof ze uit de supermarkt om de hoek kwamen. Dus ging ik oefenen op de bedoeïenentent. Ik kreeg een verschrikkelijke hekel aan de Bijbel terwijl ik ermee bezig was.'

      Heeft hij er iets van geleerd? 'Ja, ik kan nu beter kamelen tekenen.' Het is geen boutade. 'Met mijn persoonlijke queeste heeft dit boek niets te maken. Hoe meer ik de Bijbel bestudeerde, hoe meer ik ervan overtuigd was dat dat dit boek niet nuttig is als moreel kompas. Broeders die elkaar doodslaan om niets, zusters die te kijk worden gezet als hoeren. Van de moraliteit van de Bijbel krijg je veeleer afkeer. Ik heb de Bijbel getekend om de religieuze kracht ervan uit te drijven. Het is exorcisme. Ik heb er een historisch boek van willen maken.'

      crumb.jpg&usg=AFQjCNHaPRgZCfFZMOtWi6bgOkeEuh0Nag

      Boek Genesis op TV:

      Bron: René Moerland, © NRC Handelsblad; De Standaard (www.standaard.be)

       

    • Langs zwarte wegen van David B.

      21.12.2009 | 01:56

      708-270-4.jpg

      De vertaling van Vallende ziekte, enkele jaren geleden, zorgde ervoor dat David B. ook in het Nederlands taalgebied enige bekendheid kreeg. In een erg hermetische stijl tekende de Franse vijftiger zich een weg door zijn eigen herinneringen. Die gingen vooral over de epilepsieaanvallen van zijn oudere broer. De leermeester van Satrapi - je weet wel, die Iraanse van het machtige Persepolis - is een krak in het gebruik van symboliek in zijn tekeningen. In Langs duistere wegen speelt het thema hem zeker in de kaart.

      We belanden in Fiume, een stadsstaat op de Italiaans-Joegoslavische grens aan het einde van de Eerste Wereldoorlog. Het is een staat van de vrije rede of een stad vol gespuis, schurken en gekken, al naargelang de bronnen. In ieder geval: Fiume is een soort Wild West waar soldaten en idealisten, politie en dieven, klaplopers en uitvinders elkaar ontmoeten, ontlopen of omhelzen. Straatgevechten behoren tot de wanorde van de dag. De waanzin van de oorlog is hier duidelijk nog niet voorbij, de gekte regeert dit stadje. Omsingeld door Italiaanse troepen, maar theoretisch gesteund door de fascistische Mussolini, maakt de dichter-president van de stad plannen om chaos de wereld te laten veroveren. Waar anders dan temidden van deze deeltjesversnellende stad, kunnen verhalen over liefde ontstaan? Lauriano, oudstrijder uit de loopgraven, wordt de hoofdpersoon in zo'n liefdesgeschiedenis. Samen met enkele vrienden schuimt hij de stad af, tot hij als een blok valt voor een frêle zangeres. Ondertussen droomt hij van achtergelaten strijdmakkers, nachtelijke bombardementen en geesten.

      Surrealisme en neigingen naar dadaïsme en expressionisme maken van dit verhaal het beste werk van David B. dat tot op heden vertaald werd. Hij tekent met zeer veel symboliek maar heeft toch een erg droge stijl. Dankzij het vlotte kleurgebruik is dit boek niet zo donker of beklemmend als Vallende ziekte en het verhaal is beter gedoseerd dan zijn Het alfabet der ruïnes. Een schoon stripje, voorwaar.

      LANGS DUISTERE WEGEN
      David B.
      Oog & Blik
      124 pagina's

      Bron: Tim Roels, www.stripspeciaalzaak.be

    • "Jaren van de olifant" van Willy Linthout: maffe én aangrijpende graphic novel over zelfdoding

      13.12.2009 | 23:39

      jaren_van_de_olifant_cover.jpg

      Een krijtlijn die tot leven komt.  

      Wat dreef de tekenaar van de populaire stripreeks Urbanus ertoe een graphic novel te maken? Jaren van de olifant gaat over de zelfdoding van zijn zoon, maar wordt verteld en getekend in de aloude Belgische surrealistische traditie waar de auteur het best vertrouwd mee is. Maf en machtig.
      Symboliek. Jaren van de olifant barst ervan. Grote eieren waaruit corpulente, egoïstische bazen groeien, een door de gerechtelijke politie getrokken krijtlijn die tot leven komt, een hoofdpersonage dat letterlijk in de goot terechtkomt en zich gewillig door het afvalwater laat meedrijven,... Toen zoon Sam zich zo"n vijf jaar geleden op eenentwintigjarige leeftijd op de sporen legde, sloeg dat diepe wonden bij Willy en Magda Linthout. Linthout kwam amper toe aan het tekenen van zijn succesreeks Urbanus. De zin voor en de zucht naar humor waren weg. In de plaats daarvan kwamen geestelijke en lichamelijke pijn, onbegrip, woede, relatieproblemen en talloze levensvragen die zich te pas en te onpas lieten gelden. Hij duwde er iedereen uit zijn directe omgeving mee weg, inclusief zichzelf. Er moest opnieuw geleefd worden, maar geen mens die hem kon vertellen hoe.

      Wie het echte verhaal van de Linthouts kent, kijkt dwars door de surrealistische taferelen van dit boek heen, ontwart de knoop die morbide humor noemt, en blijft vervolgens achter met een melancholisch gevoel.

      Maar eerst het verhaal: dat vertelt het wedervaren van de bezadigde vijftiger Karel - het alter ego van Willy Linthout - en zijn zachte vrouw Simone wanneer ze op een dag de politie aan de deur aantreffen met het nieuws dat hun zoon van hun appartementsgebouw is gesprongen. Karels emoties gaan zo diep, zijn bij momenten zo tegenstrijdig, dat iedereen en alles zijn betekenis verliest. Hij sleept zich nog naar een therapeute, maar ook die kan niet verhinderen dat haar cliënt zijn eigen absurde werkelijkheid schept. Die absurditeit wordt ten top gedreven wanneer de krijtlijn die de gerechtelijke politie rond het lijk van Wannes trok, tot leven komt en zijn vader volgt. Karel begrijpt de krijtlijn die zijn zoon is in eerste instantie niet, met als gevolg dat hij boeken over leven na de dood begint te lezen om alzo te trachten met zijn overleden zoon te communiceren. Sterker: er is een scène waarin Karel zelf van het appartementsgebouw springt in de hoop precies in de krijtlijn op de grond terecht te komen. Hij blijft het proberen, maar elke poging mislukt.
      Dat Linthout met dit boek aan een lange zelftherapie begon, mag duidelijk zijn. Elke emotie uit die periode komt in beeld, de ene al bevreemdender dan de andere.

      Eerlijk en puur

      De flap van het boek spreekt van een "autobiografische striproman", maar dat klopt niet helemaal. Mensen leggen geen eieren, krijtlijnen komen niet tot leven, en Linthouts zoon sprong niet van een appartementsdak de dood tegemoet. En toch staat de term er niet helemaal verkeerd. Linthout verhaalt namelijk niet enkel de feiten en gebeurtenissen an sich, maar vertaalt in wezen veeleer de demonen, de angsten en dagdromen die zijn hersencellen produceerden na de zelfdoding van zijn zoon. De feiten van het moment mogen dan anders zijn, het gevoel dat zich vanaf dat moment van hem meester maakte, is wel authentiek.
      Dat Magda, Linthouts echtgenote, niet één keer in het boek voorkomt, heeft ook zo zijn redenen. Typerend voor een koppel dat een zelfdoding moet verwerken, is dat ze eerst naar elkaar toe, en dan uit elkaar beginnen te groeien. Het is een terugkerend thema in dit boek. Simone, zijn vrouw, is nooit te zien, op een hand of voet na, die dan nog meestal opduikt wanneer de grond onder hen barsten begint te vertonen, om ten slotte een gapende ravijn te worden. Eerst maalt het hoofdpersonage er niet om, maar naarmate de kloof groter wordt, vat hij de ernst van de situatie - het verlies van een tweede geliefde - en tracht hij het gapende gat te dichten met bakken cement. Tevergeefs.

      Jaren van de olifant barst van de symboliek. Dat de uiteindelijke tekeningen in potlood zijn en zelfs niet eens afgewerkt, heeft ook een betekenis. Linthout oordeelt namelijk dat het leven van zijn zoon ook niet af was, en dat zet zijn beslissing alleen maar kracht bij. Net die achtergrondinformatie maakt het boek nog interessanter dan het al is. Daarom was een interview met de auteur wel verhelderend geweest achteraan in het boek.
      Linthout heeft een uitermate knap boekwerk afgeleverd. Hij is zijn eigen stijl trouw gebleven, heeft geen poging gedaan om als "Vlaams tekenaarke" de "literaire" toer op te gaan en concessies te doen. Jaren van de olifant is een eerlijk en puur boek, dat zich nergens, niet één keer, te buiten gaat aan vals sentiment. De auteur heeft dit boek in de eerste plaats voor zichzelf gemaakt. Te nemen of te laten, moet hij gedacht hebben. Dat hij een gevoelige universele snaar heeft geraakt, en dat de lezers de puurheid van de roman erkennen, is ondertussen duidelijk geworden: het buitenland omarmt het boek, met publicaties in Spanje, Engeland en de VS.

      Wrang gevoel

      Niemand, niet één recensent, die ooit gedacht had dat het "tekenaarke" van Urbanus zo"n maf en machtig boek zou afleveren, dat ook nog eens ver buiten Vlaanderen mensen tot tranen toe zou bewegen. Chapeau voor dit kleine meesterwerk, al moet het ook een wrang gevoel zijn dat Linthout net met dit ene boek, dat zo"n verschrikkelijk en pijnlijk stukje van zijn eigen leven weergeeft, met superlatieven overladen wordt.
      Linthout heeft hiermee, zo leert de laatste pagina, alvast een aanzet gegeven om zijn zoon los te laten. Terwijl hij door dit hele boek heen zijn zoon Wannes noemt, lost hij in het allerlaatste plaatje diens echte naam. "Slaap lekker, Sam", klinkt het. Het is te hopen voor Linthout dat de periode die het hem kostte dit boek te maken, inclusief de periode van internationaal succes, een verwerkingsperiode is. Zijn boek laat hem nu nog even niet los. Misschien hoort dat zo. Hij heeft het tempo van zijn verwerking er gedeeltelijk mee in de hand.

      jaren_van_de_olifant_page.jpg

      Jaren van de olifant
      Standaard Uitgeverij,
      184 p., 24,95 euro.

      Wie het echte verhaal van de Linthouts kent, kijkt dwars door de surrealistische taferelen van dit boek heen, ontwart de knoop die morbide humor noemt, en blijft vervolgens achter met een melancholisch gevoel

      Bron: Geert de Weyer; De Morgen (www.demorgen.be); 2009-09-23

Inloggen

  • Statistieken

    calamandja

    Eigenaar: calamandja

    Leden: 65

    Bezoekers: 2727

    Gewijzigd: 06.02.2010

  • Laatste blogberichten

    • Striptekenaar Jacques Martin overleden

      21.01.2010 | 23:27

      De Franse striptekenaar Jacques Martin is op 88-jarige leeftijd overleden. Dat meldt zijn uitgeverij Casterman. Martin raakte vooral bekend als de bedenker van de Gallo-Romeinse held 'Alex'.Martin was ook bekend van de stripreeks 'Lefranc' en van zijn medewerking aan diverse avonturen in het weekbl…
      Lees meer…

    • Borgia-vervolg bij Daedalus

      17.01.2010 | 18:49

      Terwijl we nog het laatste deel van Borgia te goed hebben van Milo Manara en Alejandro Jodorowsky, heeft deze laatste al het eerste deel gepubliceerd van de vervolgcyclus De Verschrikkelijke Paus, verbluffend getekend door Théo Caneschi. Daedalus vertaalt deel in juni.KLIK VERDER
      Lees meer…

    • De Stripspeciaal-Zaak gaat dagelijks

      01.01.2010 | 00:52

      De Stripspeciaal-Zaak, een overkoepelende organisatie van een vijftigtal stripwinkels uit Vlaanderen en Nederland, gaat vanaf 2010 zijn wekelijkse online activiteiten verhogen naar een (quasi-)dagelijkse update van haar website. Een grote lay-outverandering en een aantal nieuwigheden moeten het tie…
      Lees meer…

    • De tragiek van een filosoof

      24.12.2009 | 20:37

      Close-up Stripverhaal zoekt naar de basis van de wiskunde. De strip ‘Logicomix' is een onverwacht succes, gezien het onderwerp: de zoektocht naar de basis van de wiskunde. ‘Het is zowel een tragisch verhaal als een avonturenroman over ideeën.' ‘Ik heb een verhaal voor jullie, een waanzinnig plan',…
      Lees meer…

  • Laatste forum onderwerpen

  • Een trauma verstript

    30.01.2010 | 23:48

    723-281-4.jpg

    Een strip over een pedofiele priester gemaakt door een van zijn slachtoffers: het is geen alledaagse gebeurtenis. Toch is ‘Waarom Pierre dood moest' geen afrekening, maar een genuanceerde reconstructie die iedereen in zijn waardigheid laat.

    Zomer 1979. Voor het derde jaar op rij trekt de dan twaalfjarige Olivier op zomerkamp naar De Blijde Oever, een vakantieoord dat wordt gerund door de progressieve priester Pierre, een goede kennis van zijn hippieouders.

    De wat timide Olivier is erg dik met Pierre, die hij beschouwt als zijn beste vriend. Op een avond komt Pierre in de slaapzaal naast Olivier liggen en vraagt hem om zijn buik te masseren. Als hij vervolgens Olivier naar zich toe trekt en zijn hand drukt ‘op iets groots, hard als hout', raakt Olivier als verlamd en weigert nog te reageren. Verder gaat het niet.

    De dag nadien doet Pierre hem beloven dat het hun geheimpje blijft. In tegenstelling tot wat men zou verwachten, verwerkt Olivier de gebeurtenissen vrij sereen en afstandelijk. Eind goed al goed? Niet helemaal.

    De jaren nadien raakt Olivier op de dool. Zijn ouders gaan uit elkaar, hij wordt jong vader, zijn antireligieuze gevoelens nemen sterk toe. Stilaan beseft hij dat Pierre aan de basis ligt van een gigantisch trauma. Pas nadat hij heel de geschiedenis op papier heeft gezet, vindt hij zijn evenwicht terug.

    Wanneer zijn vriend Lionel Papagalli, alias de tekenaar Alfred (33), Oliviers verhaal hoort, is hij zo ondersteboven dat hij er een strip over maakt. Het meesterlijke Waarom Pierre dood moest wint in 2007 meteen twee prijzen in stripmekka Angoulême, waaronder een beetje verrassend de Prijs van het Publiek.

    Waarom wilden jullie per se een strip maken over zo'n zwaarwichtig onderwerp?

    Olivier Ka: ‘Algemeen gesteld: omdat het ons beroep is. Als Alfred en ikzelf door iets zo sterk worden geraakt dat we er iets over kwijt willen, transformeert zich dat logischerwijze tot een roman of een strip.'

    Alfred: ‘Ongeacht het thema, lichtvoetig of niet: we putten voor onze boeken steeds uit onszelf. De manier waarop Olivier me die gebeurtenis heeft verteld – met aarzelingen, pauzes, zoekend naar de juiste woorden– riepen bij mij al meteen beelden op die dat aanvulden. Toen hij dat relaas nadien had neergeschreven, om de zaken voor zichzelf op een rijtje te zetten, leek het logisch dat ik met dat materiaal aan de slag ging. Het moeilijkste was om te selecteren, er per periode de juiste dingen uit te behouden. Dat vulde ik aan met wat het in mij opriep. Het moest zo dicht mogelijk aansluiten bij de emoties die Olivier in zijn tekst wilde oproepen.'

    De jonge Olivier gaat heel volwassen om met het gebeuren, maar blijkbaar was dat niet voldoende. Wat is er gebeurd?

    Olivier Ka: ‘Toen mijn dochter stilaan de leeftijd bereikte die ik toen had, ben ik écht beginnen te begrijpen wat er is gebeurd. Voordien had ik dat niet door. Het was niet het aanraken. Dat was al bij al zeer... oppervlakkig. En ik ben niet verkracht, niet geslagen, niet mishandeld. Dat is me allemaal gespaard gebleven. Maar pas als jonge vader realiseerde ik me ten volle welke macht een volwassene heeft over een kind, zeker als hij een bijzondere status heeft, zoals een priester, een onderwijzer, een familielid. Dat zo iemand misbruik heeft gemaakt van zijn positie om me te manipuleren, dat was een onverdraaglijke gedachte voor me.'

    Maar in een boek over pedofilie...

    Olivier Ka: (onderbreekt) ‘Het is géén boek over pedofilie. Het is een album dat gaat over manipulatie en misbruik van macht, maar niet over pedofilie. Toch niet rechtstreeks. Het heeft er uiteraard mee te maken, maar pedofilie is niet het hoofdthema.'

    Sluit het album dan niet aan bij de talloze verhalen over pedofiele priesters die de jongste jaren in de media opduiken?

    Olivier Ka: ‘Nee! Integendeel: ik ben zelfs lange tijd geneigd geweest die heksenjacht te minimaliseren. Ik voelde me eerder geneigd die mensen te verdedigen, maar ik voelde me daar slecht bij. En ik probeerde te begrijpen waarom.'

    ‘Het is niet gemakkelijk om uit te leggen, want de emoties die het probleem bij me opriepen, zijn heel tegenstrijdig. Zo voel ik bijvoorbeeld nog steeds veel affectie voor Pierre.'

    Pierre wordt inderdaad afgeschilderd als een bijzonder aimabele man.

    Olivier Ka: ‘Jazeker. We werken niet voor Hollywood, hé. De slechterik ziet er niet uit als een slechterik. En hij ís niet helemaal slecht. Pierre is een deel van prachtige herinneringen uit mijn kindertijd, hij heeft me mee gemaakt tot wie ik ben geworden, hij was een heel goede gids voor me, een buitengewoon menselijk en genereus iemand. Maar hij had die demon in zich, die ik liever niet was tegengekomen. Alleen daarvoor ga ik vandaag geen definitief en beschuldigend oordeel over hem vellen. Dat wil ik zelfs niet, het is veel te gemakkelijk om je te laten meeslepen door haatgevoelens.'

    ‘Waarom Pierre dood moest' is een coproductie van Oog & Blik en De Bezige Bij en kost 19,90 euro.

    Bron: Michel Kempeneers; De Standaard (www.standaard.be); 27 januari 2010

  • Kunst om van te huilen

    01.01.2010 | 01:24

      

    1001004006543180.jpg

    Je kan houden van iemand die het niet lijkt te verdienen. De Waalse auteur werkt in het autobiografische Net doen alsof is ook liegen op pijnlijk liefdevolle wijze de tegenstrijdige kanten van menselijke relaties uit. Zo wordt in dit beeldverhaal de problematische verhouding van de hoofdpersoon met haar kleurrijke vader gepresenteerd: zijn liederlijk taalgebruik en charmante verzinsels gaan naadloos over in egoïsme en alcoholisme. De hoofdpersoon in dit verhaal beweegt zich constant tussen mensen van wie ze houdt maar die haar tegelijkertijd diep kwetsen.

    Met haar grafische stijl die wisselt van kinderlijk effectief naar duister expressief, en een belettering die past bij de emotionele zeggingskracht van het verhaal, zorgt Dominique Goblet voor een vernieuwend en aangrijpend beeldverhaal.

    Dominique Goblet (1967) studeerde aan de Brusselse kunstacademie St. Lucas en maakt zowel beeldend als fotografisch werk. Ze debuteerde in 1997 met Portraits Chraches. Haar tweede boek,Souvenir d’une journee parfaite, volgde in 2002. Net doen alsof is ook liegen is haar recentste boek, en het eerste dat in Nederlandse vertaling verschijnt.

    Twaalf jaar heeft dit boek gerijpt. Het was dan ook een moeilijk boek om te maken. Dominique Goblet verwerkte een aantal traumatiserende jeugdherinneringen en het begin van haar huidige relatie, waarin ze moest opboksen tegen spoken uit het verleden, tot een intense autobiografie. Het is zo een levensverhaal waarbij de juiste toon ontzettend belangrijk is. Goblet durft ruimte nemen om, gevoelens over te brengen.


    Schaarbeek - Op de keukentafel van de hoogste verdieping van een herenhuis in Schaarbeek liggen ze broederlijk naast elkaar: ‘Faire semblant c’est mentir’, het vooruitstrevende autobiografische beeldverhaal waarmee tekenares Dominique Goblet internationaal een grote indruk maakte en ‘Net doen alsof is ook liegen’, een nagelnieuwe, zeer verzorgde uitgave van de kwaliteitsuitgeverijen Oog & Blik en De Bezige Bij.

    "I k spreek liever van een nieuw boek dan van een vertaling,” zegt Dominique Goblet trots. In haar boek wisselt ze meer dan eens van grafische stijl. De tekst is expressief, de typografie maakt dan ook integraal deel uit van de tekening. “Daarom sta ik erop om zelf de typografie te doen van de versies in andere talen. In het Spaans of Nederlands heb je meer of minder woorden nodig en die klinken ook anders. Daar wil ik mee spelen. Waar nodig herteken en herdenk ik het boek. Dat vind ik belangrijk.” Zo veranderde ze de kleur van de doos van een gezelschapsspel voor de Nederlandstalige versie. In Net doen alsof is ook liegen zijn de donkere kleuren vervangen door een opvallend, fel rood. Dat lijkt een detail, maar het raakt aan de essentie van het boek. “Ik moet goed op mijn woorden letten; het is allemaal zo delicaat. De publicatie van het boek heeft een grote impact gehad op mij en de mensen uit mijn omgeving. Je wedervaren transformeren in een beeldverhaal is één zaak – ik weet dat ik recht in mijn schoenen sta. Iets heel anders is de manier waarop men over dat boek praat en schrijft. De meeste journalisten zijn zeer omzichtig geweest. Maar in sommige kranten stond wel dat mijn vader een alcoholist was en mijn moeder een monster. Dat heb ik nooit willen zeggen. Dit boek is niet de anekdote van het geweld dat ik als kind onderging. Het gaat veeleer over relationele spanningen en dubbelzinnigheid. En over dat je kunt houden van mensen die je pijn hebben gedaan. Een moeder die dingen doet die sociaal schokken kan meer betrokken zijn bij haar kind dan een ouder die nooit sociaal onaanvaardbare dingen doet maar eigenlijk nooit naar zijn kind om kijkt. Mijn moeder was buitengewoon. Af en toe verloor ze de pedalen en deed ze me vreselijke dingen aan. Haar leven en haar verleden spelen daar een grote rol in. Maar ze was zeer betrokken. Ze heeft veel met ons gespeeld. Dat iemand die je geweld aandoet ook buitengewoon goed kan zijn, is heel moeilijk te tonen. Daarom wou ik na de Grote Straf (een tekening die je naar adem doet happen, red.) tonen dat we ook goede, leuke dingen deden. Zoals gezelschapspelletjes. Het vaakst speelden we Mens-erger-je-niet, in het Frans Ne t’en fais pas. Kan het symbolischer? In de Franse versie blijft deze scène te onopgemerkt omdat de tekening zwart-wit is. Om het belang van dat moment meer in de verf te zetten heb ik de speldoos in de Nederlandse rood gekleurd.”

    Mooi personage

    Net doen alsof is ook liegen is autobiografisch, maar geen afrekening met het verleden. “Met het boek wil ik tonen dat elk personage, ook ik, in staat is tot het beste en het slechtste. Een kind is niet altijd een schattige engel, een kind kan zo naar doen dat je het in gedachten tegen de muur wil gooien. Als brandweerman liep mijn vader over van moed en bravoure. Honderden levens heeft hij gered. Maar de kans om thuis in te grijpen liet hij liggen. Het familiaal geweld gebeurde onder zijn neus, maar hij beweerde dat het nooit gebeurde waar hij bij was. Om dat fenomeen is het me meer te doen dan om de gruwelijke dingen die me zijn overkomen.”

    Twaalf jaar werkte Goblet aan het boek. “Mijn uitgever dacht na zoveel jaar dat ik maar alsof deed, maar ik heb er nooit aan getwijfeld dat het boek zou afraken. Het was een obsessie. Als kind had ik het nodig om die verhalen over geweld te delen met anderen. Om begrepen en gesteund te worden. Maar de andere kinderen hoorden die verhalen niet graag. Men vluchtte van me weg. Maar ik heb altijd geweten dat ik ‘werk’ zou maken van mijn ‘bagage’. Psychotherapeutisch is dat niet! Door een boek te maken, bekijk je je geschiedenis van op afstand. Je beheerst de situatie en je leert ook de mooie kanten zien. Zelfs pijn heeft je achteraf wat bijgebracht. Het was een magisch moment toen ik het idee vond om na de Straf het spel Mens-erger-je-niet te tonen. Toen vond ik dat ik het geluk had straffe zaken te hebben meegemaakt. Ik had weinig contact met mijn vader. De communicatie verliep moeizaam. Maar dankzij het boek zie ik vandaag zijn ambivalentie. Dankzij de afstand zie ik er een mooi personage in.”

    De klank en de kleur van de stad
    Goblet schildert, exposeert, illustreert ook. Het boek eindigt niet in wanhoop of vals optimisme, maar met licht melancholische kleurvlakken in zacht beige, bruin. “Die monochromen zijn Brussel, een open Brussel. Ik ben dol op de achterkant van de Brusselse huizen.” Net doen alsof is ook liegen is verankerd in deze stad. “Dat komt door mijn vader. Hij heeft als pompier de kazerne op het Vossenplein nog meegemaakt. Hij sprak thuis Brussels. Die taal is me dierbaar. De klankkleur, maar ook het Brussels als brug tussen twee talen met hele mooie woorden die noch Frans noch Vlaams zijn. Een effect dat versterkt werd als hij weer gedronken had. Ik heb de soms hautaine Fransen in elk geval verboden om de Brusselse woorden te vertalen. Ze moeten die woorden nemen zoals ze komen. Die woorden geven kleur aan het boek. Ook het Vlaams is me dierbaar. Thuis werd Frans gesproken, maar mijn moeder was van Antwerpen. Dat is een lang verhaal, maar weet dat ik heel gelukkig ben dat de eerste vertaling van mijn werk in het Nederlands gedaan is.”

    Stilzwijgend portretteren
    Goblet vertelt dat ze met Faire semblant c’est mentir ‘toch wel’ een periode afrondde en het even moeilijk had om na zo’n groot project opnieuw aan de slag te gaan. Met de autobiografie heeft ze het voorlopig gehad. Alhoewel. In de lente verschijnen twee nieuwe werken.  Een daarvan zal bestaan uit portretten van haar en haar dochter Nikita. “Om de week verblijft ze bij mij. Tien jaar lang hebben we elkaar elke week zwijgend geportretteerd. Welke rol speelt de tijd? Haar snelle, puntige stijl is enorm veranderd tussen zeven en zeventien jaar terwijl mijn fysiek tussen mijn dertigste en veertigste min of meer gelijk bleef. Mijn stijl is niet zo gek veel veranderd in die periode maar haar gezicht en haar fysiek is in die periode wel ingrijpend veranderd. Heel fascinerend.”

    Net doen alsof is ook liegen, 144 p., wordt uitgegeven door Oog & Blik | De Bezige Bij. ISBN:9789054922599

  • Nieuw van Posy Simmonds: "Tamara Drewe"

    12.12.2009 | 22:00

    1001004006822539.jpg

    Na haar magistrale bewerking van Madame Bovary pakt Posy Simmonds Thomas Hardy aan.

    De Engelse Posy Simmonds (64) gooide hoge ogen met haar Flaubert-bewerking Gemma Bovery. Hetzelfde concept past ze toe in Tamara Drewe, dat losjes is gebaseerd op Thomas Hardy's Far from the madding crowd. Een femme fatale verhuist naar een dorpje en legt het aan met haar buurman, die ze als een leuke flirt ziet, maar de zaken lopen uit de hand. Simmonds verandert geregeld van verteller, wat het verhaal een bijzondere vaart geeft en ervoor zorgt dat de lezer vaak meer weet dan de personages. Die aanpak is heel efficiënt. Enig minpunt is dat Tamara Drewe wat te veel lijkt op zijn voorganger.

    POSY SIMMONDS MAAKT LITERAIRE STRIPVERHALEN

    Haar strips zijn gebaseerd op negentiende-eeuwse romans, maar Posy Simmonds laat zich evenzeer inspireren door modebladen, riooljournalistiek en de mensen die ze ziet op straat. Een geheimtip.

    Ze is sexy en slim, heeft een lifestylecolumn in de krant en een neusje dat perfect op maat gesneden is door de plastisch chirurg. Tamara Drewe is niet meteen een negentiende-eeuws type, al leende de Londense stripauteur Posy Simmonds haar wel degelijk bij haar Victoriaanse collega en landgenoot Thomas Hardy, die het personage opvoerde in Far from the madding crowd (1874).

    'Omdat deze strip ontstond als een serie voor het literaire supplement van de krant The Guardian, vond ik het leuk om van een herkenbare roman te vertrekken', zegt Simmonds. 'Een vrouw met drie aanbidders: dat is bovendien een interessant idee van Hardy.'

    Nee, ze is niet geobsedeerd door negentiende-eeuwse tragische heldinnen. Al was ook haar vorige strip gebaseerd op een roman uit die tijd: Gemma Bovery is in het gelijknamige album een Londense illustratrice die met haar man naar Normandië verhuist en zich daar in dezelfde destructieve verveling wentelt die Flauberts Madame Bovary fataal werd.

    'Ik kwam op het idee om Madame Bovary naar het hedendaagse Engeland te vertalen nadat ik op een terrasje in Italië een vrouw had gezien die helemaal zo'n type was, met een man aan haar zijde die haar vreselijk verveelde, en een zwerm winkeltasjes die van een ongelooflijke koopdrift getuigden', legt Simmonds uit.

    'Van Thomas Hardy heb ik gewoon altijd gehouden. Hij was heel modern voor zijn tijd, hij schreef over gewone mensen. En hij deed in zijn boeken geweldige dingen met het platteland. Het is haast een personage bij hem, zo'n prominente rol speelt het in zijn verhalen.'

    Ondanks hun negentiende-eeuwse oorsprong komen uw personages net heel eigentijds over. Hoe speelt u dat klaar?

    'In de grond moet ik er niet veel aan doen. Ik denk dat de menselijke natuur in de loop der eeuwen nauwelijks verandert. Ik geef hen een hedendaagse omgeving, maar hun gedrag blijft grotendeels hetzelfde. Hier en daar moet ik wel rekening houden met maatschappelijke evoluties.'

    'Dat maakte Gemma Bovery's einde bijvoorbeeld heel moeilijk. Flauberts Emma Bovary pleegt zelfmoord en ik had voor mijn versie hetzelfde slot voor ogen. Maar het lukte niet, ik kreeg het niet getekend. Dat komt, denk ik, omdat het vandaag niet meer geloofwaardig is. Vrouwen kunnen nu een nieuw leven beginnen als hun oude ontspoort. En ze kunnen met iedereen naar bed gaan zonder dat dat per se verwerpelijk is. Ik heb dus een andere afloop moeten verzinnen.'

    'Voorts let ik er erg op dat mijn personages erbij lopen zoals mensen er op straat bijlopen. Tassen, schoenen, kleren: ik heb daar veel oog voor en teken ze getrouw na. Ik kijk hier in Londen constant naar wat mensen dragen.'

    Uw vrouwelijke personages breken hun hoofd niet alleen over tassen en kleren, ze doen ook drastischer dingen om er goed uit te zien. Spectaculair vermageren, plastische chirurgie... Houdt dat u bezig?

    'Het intrigeert me, ja. Jezelf transformeren is vandaag niet alleen voor velen een optie, het is ook een obsessie geworden. Het duizelt me soms als ik de magazines lees die voor jonge vrouwen zijn bestemd. Het ideaalbeeld is nog strenger geworden dan toen ik een meisje was.'

    'Lifestylebladen stimuleren ons dan weer tegen de sterren op om ons leven te vernieuwen, te upgraden. Door een nieuwe keuken te kopen, bijvoorbeeld. Geloven de lezers dat echt, dat ze zo een ander mens worden?'

    'Pas op, ik lees ze zelf heel graag, die magazines. Ze inspireren me. Zelfs de roddelblaadjes houd ik in het oog, ook al vind ik het afschuwelijk hoe ze celebrity's maken en kraken.'

    Uw verhalen bevatten veel kritiek op de pers, maar ze maken er ook deel van uit: zowel 'Gemma Bovery' als 'Tamara Drewe' ontstond als feuilleton voor 'The Guardian'.

    'Ik heb altijd voor kranten en bladen gewerkt. Dat moet me er toch niet van weerhouden kritiek te geven? De jongste jaren tekende ik vooral voor The Guardian - illustraties, cartoons, een lang, kabbelend feuilleton en daarna dus Gemma en Tamara. Die manier van werken drukt natuurlijk een stempel op mijn boeken. Als je verhaal in korte afleveringen verschijnt, kun je je weinig zijsprongen veroorloven. Je mag de rode draad niet verlaten voor wat achtergrond of een interessant nevenpersonage.'

    'Uit die situatie komt ook de eigenaardige vorm van mijn boeken voort. Ik combineer strips met stukken doorlopende tekst, omdat dat naar mijn gevoel het beste werkt in die feuilletonformule. De stukjes proza laten me toe om in korte tijd veel informatie te geven, om ritme toe te voegen. Nu worden mijn boeken graphic novels genoemd, maar ik ken dat concept nog maar sinds kort. Ik ben echt niet thuis in de stripwereld.'

    Beide boeken gaan over semi-intellectuele stadsmensen die vanuit een romantisch verlangen naar het platteland verhuizen en daar een zootje maken van hun leven. Nog zo'n stokpaardje van u?

    'Het is merkwaardig, toch? Al die stedelingen die de idylle najagen van een cottage op het platteland. Misschien gaan ze allemaal in het groen op zoek naar hun verloren onschuld.'
    POSY SIMMONDS
    Tamara Drewe.
    Vrijdag / De Harmonie,
    112 blz., 19,90 EUR.

  • Charles Burns over zijn bewierookte graphic novel "Zwart gat" en de invloed van Kuifje

    31.01.2010 | 00:34

    Zwart gat van Charles Burns

    "Mensen die me niet kennen schrikken er vaak van dat ik normaal overkom"
    Tien lang jaar werkte de gerenommeerde Amerikaan Charles Burns aan wat zijn magnum opus moest worden: Zwart gat. Een tienergemeenschap uit Seattle krijgt het daarin hard te verduren wanneer een seksueel overdraagbaar virus resulteert in de meest bizarre misvormingen. Een extra mond in het strottenhoofd, een enorm diep gat in de voet of simpelweg een staart. Horror zonder meer, maar ook een indrukwekkende graphic novel die moeiteloos het gevoelsleven van tieners vat. Intussen startte David "Se7en" Fincher de productie van de film en boog Burns zich over... Kuifje.


    Een modern rijtjeshuis in een rustige buitenwijk van Philadelphia. De bovenste verdieping, het atelier, laat er geen twijfel over bestaan: Charles Burns is geobsedeerd door monsters. Ze staan overal. Op de bovenste rekken van zijn bibliotheekkasten, op zijn bureau, op de grond of naast de platencollectie. In alle maten en gewichten, in alle kleuren van de regenboog. De meeste zijn van plastic, enkele van metaal. De ene nog wat afstotelijker dan de andere.
    "Aan die kant staan de superhelden, de good guys", wijst Burns (56) enthousiast naar het rek achter zijn bureau. "Die zien er wat menselijker uit." Hij draait om zijn as en wijst naar de andere kant van zijn atelier. "Die daar, dat zijn hun vijanden, die ze vroeger elke week moesten bestrijden", zegt hij met het enthousiasme van een kind. "Sommige zijn gebaseerd op Godzilla, maar oorspronkelijk zijn het monsters uit Japanse tv-shows voor kinderen. Ik hou ervan. Vroeger waren ze erg goedkoop, nu zijn het collectiestukken."
    Vanaf midden jaren vijftig ging Burns volledig mee met de monstercultuur die Amerika in zijn greep had. "Ik was de persoon die de marketing voor ogen had", vertelt hij quasi statig, terwijl hij op een stapel van de in die tijd beroemde Famous Monsters of Film klopt, een tijdschrift geheel gewijd aan monsterfilms. "Fantastische tijd. Op televisie releaseten grote filmstudio"s als Universal meerdere keren per week hun monsterfilms. Een hele nieuwe generatie kreeg ze op die manier in de maag gesplitst. Als je "s avonds naar je vrienden ging, was de kans groot dat je samen ingezakt voor de televisie naar zo"n laatavondfilms ging kijken. Daarnaast waren er op dat moment tv-shows als The Addams Family en kon je plastic kits van monsterwagens kopen om zelf te bouwen. Verschrikkelijk populair allemaal, en ik had er net de juiste leeftijd voor. Euh, ik hield er wel langer aan vast dan mijn leeftijdgenootjes."
    Burns mag terugkijken op een oeuvre van comics waarin de afzichtelijkste wezens de hoofdrol vertolkten. Tot nog toe werd bij ons enkel De vloek van de Molleman vertaald, maar zijn invloed wordt wereldwijd erkend, zeker nu zijn fraaie graphic novel Zwart gat in tientallen landen lyrisch werd onthaald. David Fincher, regisseur van onder meer Se7en, is intussen gestart met de productie van het boek, maar over meer informatie beschikt zelfs Burns niet.
    Een makkelijke film wordt het alleszins niet: Zwart gat handelt over een tienergemeenschap in het Seattle van de jaren zeventig, die getroffen wordt door een seksueel overdraagbaar virus dat tot de meest hallucinante misvormingen leidt. Tieners trekken de huid van hun lijf, zien hun neus afvallen, krijgen staarten of monsterlijke gezwellen in hun gezicht. Een onnozele kus is genoeg. Voer genoeg voor Burns om het gevoelsleven van tieners wijd open te gooien.

    zwart_gat_page.jpg

    U hebt gezegd dat Zwart gat de adolescentie als ziekte centraal zet, en dan vooral de manier waarop mensen zich er over zetten. Ben u er zelf overheen geraakt?
    Burns: "(grijnzend) Wellicht wegens het soort werk dat ik maak, heeft men me er al meermaals van beschuldigd dat ik die fase nog steeds niet voorbij ben. (haalt zijn schouders op) Weet je, misschien bén ik ook wel in het verleden blijven hangen, maar ik besef ook waarom ik over de adolescentie schrijf: omdat het een tumultueuze periode is waarin mensen transformeren. Een periode ook waarin je open staat voor heel veel indrukken. Dat is een bijzonder boeiend gegeven. Nu, om op het laatste deel van uw vraag terug te komen: ja, ik denk dat ik die tijd achter me heb gelaten. Het is me gelukt te trouwen, twee kinderen te krijgen en een redelijk volwassen leven te leiden."

    Klopt het dat Zwart gat veel valse starten heeft gekend?
    "Mijn originele idee leunde nauwer aan bij mijn vroegere werk, waar de plot belangrijker was dan de personages. Dat is niet langer zo. De volwassenen hebben de eerste versie van dit boek trouwens niet overleefd. Er liep bijvoorbeeld een enge turnleraar in rond, maar hij hield me tegen om het verhaal vanuit het standpunt van de tieners te vertellen. Ik wilde diep gaan en mezelf ingraven in personages op een manier zoals ik nooit eerder had gedaan. Ik integreerde ook niet zozeer autobiografische gegevens, maar vooral situaties waarbij ik betrokken was. De bedoeling lag voor de hand: ik wilde met een zekere autoriteit over tieners kunnen spreken. Of het nu ging over gevoelens, stemmingswisselingen, seksualiteit... Vandaar ook dat het speelt in de jaren zeventig. Ik was toen zelf een tiener."

    Hoeveel van uzelf zit er dan in de personages?
    "Ik denk dat in alle personages wel iets van mezelf of mijn vrienden zit. Of het nu gaat om iemand die zich graag in zijn eentje in het bos terugtrekt of iemand die bij een huis aanbelt om te vragen of er hasj voorhanden is. (glimlacht) Maar ook mijn gevoelens vind je erin terug, al moet ik bekennen dat er thema"s opdoken waardoor ook ik me ongemakkelijk voelde."

    Ik moet het toch even vragen: het boek gaat over seksueel overdraagbare ziektes in hun meest verschrikkelijke vorm. Was u er als tiener zelf bang voor? Of heeft u ze misschien zelf gehad?
    "Voor alle duidelijkheid: dit boek vindt plaats in het pre-aidstijdperk. Vroeger sprak men in de lessen seksuele voorlichting enkel over gonorroe, herpes en syfilis. Hiv en aids waren niet aan de orde. Het wordt nergens gepreciseerd, maar Zwart gat is gesitueerd ergens tussen 1973 en "75. Dat zijn zowat de nadagen van de seksuele revolutie van de sixties. Het hippiegevoel floreert nog. Mensen zijn open wat seksualiteit betreft, wat samengaat met het gebruik van hasj en lsd, en de houding dat alles kan en mag. Los daarvan staat in Zwart gat niet de seksueel overdraagbare ziekte centraal. De misvormingen zijn eerder manieren om de personages in een extreme, mogelijk uitzichtloze situatie te duwen. Iedereen is er vatbaar voor en het manifesteert zich meteen, bij de ene al wat opzichtiger dan bij de andere. Sommigen slagen er in clean door het leven gaan. Ze kleden zich anders en - hopla - hun staart of het gigantische gat in hun rug is weggemoffeld. Ze behoren weer tot de "normale" gemeenschap. Ze slagen ook een tijdlang in hun opzet. Zie het als een referentie naar iemand die doorgaat voor hetero, maar in feite homo is. Bij anderen manifesteert de ziekte zich op zo"n brute wijze dat pretenderen niet aan de orde is. Het is interessant om te zien hoe verschillend men omgaat met de niet-zieken, met diegenen die zich voordoen als normaal en met de zieken aan wie het te zien is."

    Zwart gat lijkt horror, maar zelf omschrijf je het liever als een liefdesverhaal.
    "Ik berust erin wanneer mensen zeggen dat ze het knappe horror vonden, maar ik zie het inderdaad als een liefdesverhaal. Niet de horror van de tienertijd staat immers centraal, maar wel de manier waarop ze ermee in het reine trachten te komen."

    Je hele carrière staat in het teken van monsters, horror en vreemde creaturen. Je stijl is bijna obsessief clean en je thema"s altijd angstaanjagend. Wat zegt dat over jezelf?
    "Het komt meermaals voor dat mensen bij een eerste ontmoeting opmerken dat ik eigenlijk toch wel normaal overkom. Ze schrikken er zelfs van. Nu, diep binnenin me bevinden zich wel vrij donkere dingen, maar ik weet niet meteen waar die obsessies vandaan komen en waarom ze er zijn."

    Na Zwart gat heb je je gebogen over een nieuw project dat gebaseerd is op Kuifje. Vertel.
    "Eigenlijk heeft het niets te maken met Kuifje. Het gaat eerder over invloeden die in mijn onderbewustzijn zijn geslopen. Nog voor ik kon lezen was ik omringd door Kuifjealbums. Ze waren erg verleidelijk door de inkleuring en de klare lijn. Ik las ook andere comics, maar Kuifje bracht me in een heel specifieke wereld. Laat ik het erop houden dat mijn nieuwe boek twee parallelle universums toont: een Kuifjeachtige wereld en een normale wereld. Maar je herkent Kuifjes wereld wel, hoor."

    Het is een Charles Burnsverhaal, dus er zijn monsters van de partij?
    "(toont een kopie) Het sluipt erin, ja. Het is gesitueerd op het einde van de jaren zeventig en barst van verwijzingen naar kunstschool-performance art, fotografie en punk; dingen waar ik vroeger mee verbonden was."

    Aha, meer voer voor psychoanalitici.
    "(grijnst) Véél meer. Dit laat zich lezen als het handboek van Burns. Het geeft een antwoord op de vragen (imiteert een fijn en erudiet stemmetje) "Is deze man seksueel onvolwassen?" en "Haat hij zijn moeder?". Ik ben benieuwd naar de resultaten."
     
    Ik berust erin wanneer mensen zeggen dat ze "Zwart gat" knappe horror vinden, maar ik zie het eerder als een liefdesverhaal

    Zwart gat
    Charles Burns
    Oog&Blik en De Bezige Bij
    29,90 euro, 363 pagina"s


    Bron: Geert De Weyer; De Morgen (www.demorgen.be); Publicatiedatum : 2010-01-27.

     

  • Nieuwe leden

    • fedpol
    • jehani
    • peerdje