Ben Gijsemans : Hubert

Geplaatst op zaterdag 08 november 2014 @ 21:28 , 547 keer bekeken

Hubert, het hoofdpersonage van het indrukwekkende debuut van Ben Gijsemans, is een man die naar schilderijen kijkt. Urenlang. De Franse uitgeverij Dargaud en het Britse Jonathan Cape zijn zo onder de indruk dat ze Hubert prompt willen vertalen.

Alles begon twee jaar geleden, in de zomer dat Ben Gijsemans (25) was afgestudeerd aan de academie in Gent, waar hij animatiefilm volgde. Hij had een exemplaar op de kop getikt van De kroeg van groot verdriet van Marnix Gijsen. ‘Fantastisch vond ik dat boek, ik las het drie keer na elkaar. Gijsen vertelt over een man die heel weinig om handen heeft, elke dag om elf uur op café gaat zitten om zijn krant te lezen, terwijl hij luistert naar de vaste tooghangers. Hij is een simpele man, die weinig grootse dingen heeft meegemaakt, en toch hield dat boek me van begin tot einde vast. Omdat die man me zo fascineerde.’

Toen Gijsemans niet veel later een masteropleiding beeldverhaal ging volgen aan Sint-Lukas in Brussel, putte hij inspiratie uit het boek. ‘Ik wilde ook zo’n sterk personage neerzetten, een personage dat de lezer meteen bij zijn nekvel zou grijpen, dat vragen oproept. Iemand die aanvankelijk vooral naar schilderijen kijkt, terwijl de lezer pas na een tijdje in de gaten krijgt dat er meer aan de hand is. Al meteen kregen we van onze docenten de opdracht een pitch te maken voor een strip, een soort synopsis. Het moest over een introverte man van middelbare leeftijd gaan, vond ik. Aangespoord door de docenten bouwde ik mijn verhaal verder uit, en ik besteedde vooral aan het schrijven veel aandacht. De beelden kwamen later pas.’

‘Ik ben geen schrijver, dus vanzelfsprekend was dat niet. Maar ik heb er ontzettend hard aan gewerkt – omdat ik voelde dat ik daarmee het verschil kon maken. In de jaren daarvoor, tijdens mijn opleiding animatiefilm, had ik voluit kunnen experimenteren. Toegankelijkheid was daarbij het minste van mijn zorgen. Toen ik aan Hubert begon, wilde ik iets maken dat potentieel een breder publiek zou kunnen bereiken.’

S1448%20HUBERT.jpg?itok=5V2aPjOM

Olieverf

Met het uitgewerkte script en de volledig afgewerkte eerste drie hoofdstukken van het boek, studeerde Gijsemans met trommels en trompetten af. Zowel de juryleden als zijn docenten spoorden hem aan om het verhaal af te werken. Ze hadden overschot van gelijk. Nu is het boek klaar. Al tekende Gijsemans ondertussen mee aan de animatiefilm Phantom Boy (van de makers vanVan de kat geen kwaad) en aan een filmproject van kunstenaar Hans Op de Beeck. Om den brode, maar ook omdat hij het graag doet. Al ziet hij ondertussen wel de voordelen van het beeldverhaal. ‘Wat me zo aanspreekt bij een strip, is dat je je eigen ideeën vorm kunt geven. Natuurlijk vraag ik wel eens feedback van mensen, en dat helpt me altijd, maar jij bent als maker de man die alle touwtjes in handen houdt. Als je een film of animatiefilm maakt, moet je er andere mensen bij betrekken. Ik heb het gevoel dat ik nu genoeg métier heb, om op eigen benen te kunnen staan. Een strip maakt dat mogelijk.’

Dat schilderijen en musea zo’n belangrijke rol spelen in Hubert (het museum wordt bijna een personage), is geen toeval. ‘Ik zal altijd blijven schilderen, zoals ik ook altijd naar schilderijen zal blijven kijken. Ik heb Hubert grotendeels in het Museum voor Schone Kunsten in Brussel geschreven. Omdat het boek zich in het museum afspeelt, kwam ik zo onrechtstreeks weer in aanraking met de schilderkunst. Was dat niet gebeurd, dan zou ik wellicht zelf wel weer aan het schilderen geslagen zijn. Ik werk vooral graag met olieverf. Als ik te lang strips maak of aan een animatiefilm werk, voel ik dat ik het nodig heb om te schilderen.’

HUBERT_hoofdstuk1-3_7.jpg

Stalker

Gijsemans liep in het museum ook zijn hoofdpersonage tegen het lijf. ‘Ik had min of meer een vaste plaats, met zicht over de grote inkomhal. Als ik iemand zag voorbijlopen die ik zou kunnen gebruiken voor het boek, dan nam ik een foto. Op een zeker moment, toen het karakter van mijn hoofdpersonage al vorm had gekregen, zag ik een man rondstappen in wie ik meteen Hubert herkende. Zó moest hij eruitzien. Ik begon die man te filmen tot mijn geheugenkaart vol was. Hij deed precies wat Hubert zou doen. Hij bleef een eeuwigheid naar een schilderij kijken, zette een stapje opzij, wisselde van bril, en ging op de details in. Ik volgde hem een hele tijd, als een stalker, en besliste meteen dat ik me op hem zou inspireren voor het uiterlijk van Hubert, om hem op die manier geloofwaardig te krijgen. Ik denk niet dat die man zich uiteindelijk zal herkennen in de figuur, want ik heb dingen gewijzigd, maar de basis ligt bij hem.’

Hubert valt te lezen als een parabel over de relatie tussen kunst en werkelijkheid. ‘Toen ik mijn eerste pitch voor het project maakte, realiseerde ik me dat het personage troost vindt in een vorm van escapisme. Hij haalt zingeving uit de schilderkunst, terwijl de rest van de wereld vrij beangstigend op hem overkomt. Het verhaal speelt zich in Brussel af, en het leven in de grootstad heeft grote invloed op hem. Hij functioneert er niet goed in. Daarom breek ik in het boek één keer uit het kader, en heb ik een grote tekening van twee pagina’s gemaakt die de hectiek die de stad voor hem heeft, met al die honderden indrukken tegelijkertijd, in één beeld moet vatten. Het is de schilderkunst, met telkens één beeld binnen één kader, die hem de orde en het overzicht biedt die hij zo nodig heeft.’

BEN GIJSEMANS - Hubert.
Oogachtend, 88 blz., 19 €. 

  

Bron: Toon Horsten; De Standaard


Welkom bij Clubs!

Kijk gerust verder op deze club en doe mee.

Wat is dit?


Of maak zelf een Clubs account aan: