Blogposts

Blog

Geplaatst op woensdag 11 november 2015 @ 01:34 door Calamandja , 309 keer bekeken

Jean Van Hamme over 50 jaar s…

   

Met de uitgave van zijn mémoires zet topscenarist Jean Van Hamme zijn pensioen nu echt in. Hij neemt afscheid van zijn laatste kindje Largo Winch en richt zich op het theater. ‘Daar hebben de marketeers het nog niet overgenomen.

   

Voor 142 stripverhalen heeft Jean Van Hamme (74) het scenario geschreven. 23 tekenaars hebben voor hem die verhalen getekend. En tussendoor heeft hij, zo leren ons zijn memoires, ook grappen verzonnen voor Guust Flater en Ton en Tinneke. En twaalf romans geschreven. En een pak film- en televisiescenario’s aangepast. Zoiets heet een carrière.

Voor het grote publiek is hij het best bekend als de vader van ‘miljardair in spijkerbroek’ Largo Winch, van de scifi-viking Thorgal, en van de naamloze geheim agent XIII. Topreeksen, waarvan in Frankrijk en België naar schatting 45 miljoen stuks verkocht werden en die Van Hamme, volgens Le Monde, een jaarinkomen van één miljoen euro bezorgen. Zelf houdt hij het er luchtig op dat hij ‘comfortabel’ kan leven.

   

In zijn Memoires d’écriture heeft hij nu voor het eerst zijn traject samengevat. Hij vertelt er over zijn avontuurlijke vader, en hoe zijn moeder overleed toen hij twee was. Op zijn tiende maakte hij zijn eerste strip, op zijn vijftiende een eerste kortverhaal. Hij verslond films en boeken, moest van zijn vader economie studeren, scoorde een topjob bij Philips, maar besloot op zijn 37ste voor zijn passie te kiezen: hij wilde verhalen vertellen.

‘Ik krijg in interviews altijd maar vragen over mijn successen’, zegt hij in zijn Ukkelse appartement. ‘Maar ik heb ook ontgoochelingen gekend, en mislukkingen. Sommige scenario’s zijn geflopt, sommige gewoon vergeten. Mijn eerste scenario voor de strip Epoxy (met Paul Cuvelier) is nog steeds niet in het Nederlands vertaald. Wel, ik wil dat men mijn hele parcours kent. Succes komt niet vanzelf, er is veel werk aan voorafgegaan om Thorgal tot een verkooptopper te maken.’

   

En nu heeft hij dus Prescription klaar, een toneeltekst: ‘Een huis clos met vijf mensen, die de schuldige zoeken voor een misdrijf dat 34 jaar eerder plaatsvond’. Hij haalt de schouders op. Het is een oude droom, maar het is ook een vlucht, geeft hij aan: ‘De manier van vertellen in het theater is in 2.500 jaar niet veranderd. Het draait daar nog om mensen, achter de coulissen en in de zaal. In de wereld van strips hebben de computer en de marketeers het overgenomen. Ik trek me terug, ja.’

   

In het Belgisch Stripcentrum is nu een expositie over u geopend. Hoe voelt u zich daarbij?

‘Oud. Het kerkhof komt dichterbij. (lacht) Ik ben nooit erg enthousiast over dat soort initiatieven omdat ik liever in de schaduw blijf, maar ik ben tevreden met deze expositie. Ze is intelligent, duurt niet te lang en ze geeft een volledig beeld. Er is niet veel uitleg over hoe ik werk, maar ik denk dat de meeste mensen de tekeningen willen zien, en niet de methode. Wie meer wil weten, kan dat lezen in de memoires.’
   

Daarin staan merkwaardige anekdotes. U hebt in de jaren zeventig verhalen gemaakt zonder held, of met een held die onbekend moest blijven. Gezellig experimenteren?

‘Ik was een totale idioot. Ik had toen een goedbetaalde job en probeerde zowaar wat uit. De tekenaar Dany (Daniel Henrotin) wilde iets in de stijl van de tv-serie The persuaders en ik verzon een geheim agent zonder gezicht. Maar hoe kan een lezer nu empathie hebben voor zo iemand? Het is totaal terecht dat die reeks geflopt is.’
   

Houden we van een personage dankzij empathie?

‘Het gaat nog meer om identificatie. Je kan empathie voelen met de superheroes in Amerikaanse strips, maar hoe kan je je daar nu mee identificeren? Boem, pang pang en opgelost! Tja... ik hou niet van superhelden. Met Thorgal kan je je gemakkelijk vereenzelvigen: hij is een brave mens die in zijn zetel tv wil kijken met zijn echtgenote, met rust gelaten wil worden, maar constant gestoord wordt. Largo Winch is mooi, jong, rijk en hij wil dicht bij de gewone mensen staan.’
    

Niettemin, uw helden hebben geen vader, ze blijven niet bij een vrouw en ze hebben soms zelfs geen geheugen. Daarmee identificeer ik me niet echt.

‘Toch wel! We zijn allemaal geïnteresseerd in onze oorsprong. Wie ben je? Waar kom je vandaan? Het leven is een zoektocht naar antwoorden op die vragen. Dat je vader niet je vader zou zijn, is een ontdekking die je totaal dooreenschudt.’

‘Een karakter met ouders is te normaal, en dus banaal. Daarom ontneem ik mijn helden hun ouders, hun geheugen: dan gaan ze op zoek en stellen ze zich universele vragen.’
    

In een minder bekende uitgave, ‘SOS Geluk’, trok u expliciet van leer trok tegen totalitaire systemen. Die houding zit eigenlijk in al uw verhalen. Bent u een moralist?

‘Ja, absoluut. Heel duidelijk in Thorgal, en ook in Largo Winch, omdat ik daar de financiële wereld aanpak. Daarin ben ik een scoutsjongen: ik wil dat er respect is voor oudere mensen, dat men zijn engagementen nakomt. En al ben ik niet gelovig, ik ben wel gevormd door een samenleving met christelijke waarden. Ik ben me ervan bewust dat veel jongeren mijn verhalen lezen en zal dus nooit een held maken van een smeerlap.’
    

Wil u jongeren ook doen nadenken?

‘Over XIII moet niemand nadenken, dat is ook geen sympathieke mens. Thorgal is meer een strip die doet dromen. Maar Largo Winch mag doen nadenken, ja, want die verhalen gaan over geld, het bloed van onze samenleving, en in die wereld wordt het steeds erger.’
    

Het heet nochtans dat u zelf in dit vak gestapt bent om rijk te worden.

‘Wablieft? Ik heb dat gewoon eens al grappend gezegd. Dat ik rijk wil en beroemd wil worden, is een cliché-antwoord op een cliché-vraag. Beroemd wil ik echt niet zijn. Ik wilde verhalen vertellen en daarvan kunnen leven. Dat was de drijfveer. En ik ben erin geslaagd, ja.’
    

Bent u optimistisch over de toekomst van deze samenleving?

‘Niet echt, vrees ik. Dit is de eerste generatie die ziet hoe zijn ouders aan de deur worden gezet op hun vijftigste. Dit is een generatie die studeert en ontdekt dat die investering niet rendeert. In Mons opent nu een Ikea. Er zijn tachtig arbeidsplaatsen en 4.500 kandidaten. En onze dirigenten zijn smurfen die de helft van hun tijd spenderen aan het vasthouden van hun portefeuille. Ik heb er niet het minste vertrouwen in. Weet u, ik vond die liaison tussen N-VA en CD&V een goeie zaak, al hou ik niet van N-VA. Ik dacht dat er tenminste iets zou gebeuren. Maar zie ze nu zitten ruziën. Ik denk echt dat de situatie omkeerbaar is, maar dat onze ministers niet bekwaam zijn. Er zijn te veel partijen en dus te veel compromissen.’
     

Leest u zelf nog veel?

‘Ik lees graag iets wat spannend is, en me tegelijk iets leert vanuit de geschiedenis. Veel historische romans dus, en boeken over politieke complotten.’
     

Geen stripverhalen?

‘Die lees ik al jaren niet meer. Ik was tot voor kort wel lid van een jury, waardoor ik elk jaar een doos met zestig uitgaven kreeg. Veertig ervan heb ik dit jaar niet eens uitgelezen. Ze irriteerden me. Slechte verhalen, matige personages, en vooral veel persoonlijke problemen. Het is grafische literatuur geworden, en biedt geen ontsnapping. Ik heb mijn juryschap nu dus opgezegd.’
    

U hebt veel kritiek op de Belgische strip. Wat is er mis?

‘De Franstalige scenaristen zitten helemaal vast in het keurslijf van Hergé. Ze volgen de codes van de traditionele strip, die eigenlijk op autocensuur neerkomen. Ik heb er ook last van. Het is altijd de goeden tegen de slechten. In Frankrijk is men daaruit gebroken. Maar het probleem is ook dat er veel te veel publicaties zijn en dat het allemaal marketing geworden is. Als je er geen 8.000 verkoopt, mag je gaan. Simpel. Vroeger vocht een uitgever voor zijn mensen. Het is niet gemakkelijker geworden voor jonge mensen.’
    

U hebt samengewerkt met bekende tekenaars, zoals Dany, Griffo, Rosinski, William Vance, Francq en Valles. Moet je vrienden zijn om samen een strip te maken?

‘Nee. Je moet de sterktes en zwakheden van de tekenaar inschatten. Vance kan geen zoenen tekenen, dus geef ik hem geen zoenpartijen. Weet u, tekenaars zijn net grote kinderen. De scenarist leest, doet de research, heeft contacten en ontwikkelt een open geest. De tekenaar is een monnik die een heel jaar in een cel zit te tekenen. Daarom moet je niet zozeer hem, maar zijn vrouw kennen. Wanneer die je vijandig is, maakt dat de relatie kapot. Wij hebben meer contact gehad met mevrouw Rosinski dan met Grzegorz zelf.’ 
   

U bent nu bijna vijftig jaar scenarist. Had u het gevoel dat u steeds beter werd?

‘Dat denk ik niet. Het gaat er altijd om dat je een goed idee hebt. Je leest iets in de krant, je hoort een conversatie in een restaurant, en je fantaseert over wat er zou gebeuren indien dit of dat erbij kwam. Daarin word ik niet beter. Technisch wel, ook in de dialogen. Maar wat ideeën betreft, heb ik de nodige zwakke verhalen afgeleverd. Van XIII heb ik een paar albums te veel gemaakt. Na dertig jaar Thorgal wist ik echt niet meer waar ik met die kerel heen moest. Het gebeurt steeds weer: je raakt niet meer opgewonden, het personage wordt oninteressant. Dan moet je stoppen.’
    

U neemt dus ook afscheid van Largo Winch, de enige van uw drie topseries waarvoor u nog schreef. Geen spijt?

‘Hij was mijn jongste kindje, nietwaar? Alles is klaar om hem los te laten. Ik wil niet langer de verplichting om een serie te voeden. Ik wil me vrijer voelen om met mijn echtgenote te reizen nu het nog kan, om voor theater te werken, en soms om eens een one­shot (een eenmalig verhaal, red.) te maken. Ik ga met pensioen, maar zonder daarom helemaal te stoppen.’
    

Grzegorz Rosinski, de tekenaar van Thorgal, vindt het immoreel om een held te creëren en zijn verhaal dan af te breken.

‘En hij heeft groot gelijk. Want een personage hoort aan het publiek toe. De beslissing van Hergé om Kuifje na zijn dood te bevriezen, was totaal immoreel. Waarom doet zo iemand dat? Uit ijdelheid? Tintin c’est moi? Thorgal is overgenomen door andere scenaristen – ik geef toe dat ik niet zeker ben of dat een goeie zaak is – maar ook Largo Winch krijgt een nieuwe vader.’
    

Bron: De Standaard, 20 JUNI 2015, Peter Vantyghem.



Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Plaats een reactie

Je moet ingelogd zijn om een reactie te mogen plaatsen. Klik hier om in te loggen.