Blogposts

Blog

Geplaatst op maandag 27 december 2010 @ 17:56 door Calamandja , 1805 keer bekeken

Tekenaar Kim Duchateau over 1…

Esther Verkest, Vlaanderens meest absurde stripbitch, bestaat tien jaar. P-Magazine, waarin la Verkest wordt voorgepubliceerd, brengt een compilatiealbum op de markt. Jan Bosschaert tekende een realistische Esthercover van het blad en binnenin leveren bevriende tekenaars hun eigenste Esther. 

Haar frêle verschijning ging tien jaar geleden niet onopgemerkt voorbij. Esther Verkest, dat was een dame die naakt met censuurstroken over de pagina’s liep, die thuis een trofeeënmuur bezat met meisjes-nafluitende-werkmansbilspleten, aangevallen werd door een Duracellkonijn en kabouters instructies gaf die door het sleutelgat van haar kuisheidsgordel waren gekropen.

Stout klinkt te braaf voor de brunette, gemeen is een understatement. Vunzig absurd leunt het dicht aan bij haar optreden. Ondertussen verschenen er acht albums (negen, als je het compilatiealbum meerekent dat morgen bij P-Magazine zit), is de Italiaanse uitgever Comma 22 begonnen met vertalingen en verschijnt Esther in de Franse stripbladen L’Echo des Savanes en Fluide Glacial. Nederland leert Verkest sinds kort kennen dankzij een voorpublicatie in het stripblad Eppo.


Het gaat dus goed met de papieren deerne van Kim Duchateau. Om haar verjaardag luister bij te zetten vroeg de goedlachse Limburger aan Jan Bosschaert, Ilah, Dirk Stallaert, Erik Meynen en Brecht Evens om als gasttekenaar op te treden op de pagina in P-Magazine die normaliter voor Duchateau is gereserveerd. Geheel buiten diens medeweten organiseerde ook vzw Beeldkwartier een hommage. Bekende en onbekende Vlaamse tekenaars werd gevraagd hun Estherversie aan het papier toe te vertrouwen. Die resultaten moeten midden 2011 in een boekje verschijnen. “Ik vind het een hele eer”, aldus Duchateau. “Voor één keer wil Esther wel uit dankbaarheid knielen.”


 Compleet gestoord

 

Dat Duchateau geen ‘normale’ humor zou brengen, was al van kindsbeen duidelijk. “Ik hou nu eenmaal van gedurfde, absurde en niet voor de hand liggende humor. Ik ben opgegroeid met onder meer Kamagurka, Monty Python, Tex Avery, Wim T. Schippers en Koot en Bie. Weet je, ik ben erg snel verveeld, vind vaak alles - van radiomuziek tot de meeste tv-programma’s - voor de hand liggend, clichématig, vlak, zonder stekels en daardoor onnoemelijk saai. Ik wil vaker verrast en op het verkeerde been gezet worden.”

Vandaar wellicht dat Esther getekend is in een traditionele stijl, terwijl de grappen vaak alternatief, gedurfd of absurd zijn. Niet alleen in de Vlaamse maar in de Europese stripscene is dat een zeldzaamheid. “En daarom hoort deze strip niet echt ergens thuis”, begint Duchateau. “Dat was ook eigenlijk wel mijn bedoeling. Kijk, sexy heldinnen vind je genoeg in strips: Natasja, Franka, Druuna... Maar dat zijn avonturenstrips. Ik ken geen enkele strip met daarin absurde humor, een niet passende surreële omgeving én tegelijkertijd een sexy heldin. Het was ook een experiment: ik vroeg me af waarom dat er nog niet was. Misschien was het wel al geprobeerd door tekenaars maar nooit bekend geworden. Ik wou het dus zelf uittesten.

 

“Wat me vooral in haar aantrekt is dat ze geen controle meer heeft over wat er haar overkomt. Ze is overgeleverd aan de grillen van rare figuren en vreemde gebeurtenissen waar ze zelf niks aan kan verhelpen. Ze moet het wel ondergaan. Ik denk wel dat dat werkt, want mocht ook zij als hoofdpersonage compleet gestoord zijn, dan zou het snel gaan vervelen. Dan zou alles kunnen, zou de spanning verdwenen zijn en wordt het al snel gratuit. Je moet minstens één personage hebben dat redelijk normaal functioneert en dat alle zottigheden van de anderen kan reflecteren.”

“Het is ook wel grappig dat mijn tekenstijl blijkbaar vaak kinderen aantrekt, het is helder en duidelijk en ik heb al vaak gezien dat er bij vrienden een Estherstrip op de salontafel rondslingert en kinderen daar graag in lezen. Dat ze dan soms dingen tegenkomen die nog niet voor hun ogen bestemd zijn is niet mijn fout, hé? Hoog boven in de boekenrek tot dat ze dertien zijn, wat mij betreft. Maar ik wil me niet moeien met wat andere ouders daarover denken of wanneer zij hun kind daar rijp genoeg voor achten. Je kan eigenlijk niet snel genoeg verdorven zijn (lacht)!”

 

Over verdorvenheid gesproken. Seks is een thema dat vaak terugkeert in de Estherstrips, al probeert Duchateau dat in eerste instantie wat weg te wuiven. “Hm, ik ontken dat niet, maar het is nu ook weer niet het meest voorkomende thema. Ze belandt dikwijls in aangebrande situaties omdat dat nu eenmaal haar personage is. Ze is een jonge, aantrekkelijke vrouw en in overdreven zin een seksbom die mannen door doet slaan. Dus - euhm - ik kan ook vaak niet om de seks heen. Zou ik dat toch doen, dan wordt het flauw of ongeloofwaardig. Esther was trouwens van meet af aan voor P-Magazine bedoeld, dan mocht het ook best erotisch zijn.

“Nu, ik vind het wel uitdagend om goede grappen over seks te proberen verzinnen. Vergis je niet, dat is erg moeilijk omdat het al gauw ranzig, plat en ordinair wordt. Ik moet soms zeven seksgrappen schrappen om tot een goede te komen. Seks en humor blijft een rare combinatie. Het levert ook dikwijls niet de beste strips op, kijk maar naar de reeks ‘Rooie Oortjes’.

 

(op dreef) “Maar om nu op je vraag te antwoorden: die seks gaat in golven. Soms is er een hele periode dat het vaak voorkomt, dan weer een tijd minder. Dat is de inspiratie van het moment. (lacht) Voor de geïnteresseerden: in albums nummer 4 en 8 komt het meest seks voor. Dat zeggen mijn vrienden mij. En nu ik daarover bezig ben: vaak zegt het iets over de lezer die me er over aanspreekt. Ik herinner me mijn eerste album in eigen beheer (Unne en andere vingerkrampen, GDW). Daar komt enkel één erectie in voor, een paginavullende weliswaar, en toch bladerden de meeste mensen door tot aan die erectie om aan te tonen dat ik een vetzakske ben. Tja, wie is dan het vetzakske?”

 

Antivloekbond


 Aan(zelf)censuur heeft Duchateau geen boodschap. “P-Magazine laat me wel bijna vogelvrij. Ik denk dat er maar één pagina van Esther geweigerd is geweest in tien jaar tijd. Die was dan misschien ook wel iets - euhm - ‘over’, maar voor de rest heb ik niks te klagen.

“Zelfcensuur pas ik nooit toe. Het valt me vaak pas op dat het grof is als de tekening voltooid is. Maar vergis je niet, he is moeilijker een goede grap te verzinnen dan zomaar te choqueren. Maar als een goede grap toevallig choquerend of provocerend uitdraait, dan is er geen probleem voor mij.

 

“Natuurlijk kreeg ik al eens kwade reacties van lezers. Meestal vind ik die heel grappig. Ik ontving ooit een lange brief van de Nederlandse antivloekbond omdat Esther; nota bene met een kruis rond haar nek, in een studententijdschrift “Godverdomme” zei tegen God. Prachtig. Ik wist niet eens dat er nog zoiets bestond als een antivloekbond die de media uitvlooit op zoek naar vieze woorden. (denkt na) Het is eigenlijk al lang geleden dat ik een kwade reactie kreeg. Ik zal weer eens wat groffer uit de hoek moeten komen, vrees ik. (knipoogt)”

 

Esther Verkest wordt uitgegeven door uitgeverij Oogachtend.

Bron: Geert de Weyer; De Morgen, 27 december 2010.



Reacties

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Plaats een reactie

Je moet ingelogd zijn om een reactie te mogen plaatsen. Klik hier om in te loggen.